Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/9.5.3
9.5.3 Burgerschapsvorming als maatschappelijk en politiek initiatieproces
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977426:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Van Kemenade 1968, p. 3-4 (‘Dit proces van cultuuroverdracht, van overdracht van al die elementen die bijdragen tot de technische, cognitieve, emotionele of volitionele verhouding van de mens ten opzichte van zichzelf, anderen en de wereld, is vorming’).
Kortmann 2021, p. 6, noot 11, W.T. Eijsbouts, in: Van den Brink e.a. 2011, p. 14-16.
R. Aerts, ´De erenaam van burger: geschiedenis van een teloorgang´, in: Kloek & Tilmans (red.) 2002, p. 324-330, Kennedy 2014, p. 14 en Tjeenk Willink 2019, p. 56-57.
F. van Wieringen, in: Van Tongeren & Pasman-de Roo (red.) 2007, p. 28.
B. Huijbers, ´Varen op mijn morele kompas´, in: VOS/ABB, Schoolgids 2014, p. 29-31.
De resultaten zijn in 2016 gepresenteerd. Het Nederlandse aandeel is uitgevoerd o.l.v. G. ten Dam. Naast kennis en attitudes is gekeken naar de positie van het burgerschapsonderwijs in de curricula en de kwaliteit van docenten en scholen’, Munniksma e.a. 2017, I. Pertijs, ‘Nederland en burgerschap´, M & P 2015, 07, p. 20, K. Peusens 2018, p. 24-25 en M. van den Brande, An approach to Intercultural and Interreligious Dialoque in Catholic education in Flanders, Kath. Onderwijs Vlaanderen, GA CEEC, Berlin, 19 april 2018.
Schulz 2010, Maslowski e.a. 2010. Minister Slob (CU) geeft NVLM-voorzitter Teunissen in maart 2018 aan dat de financiën niet meer gaan naar het ICCS, maar naar monitoronderzoek, waarin wordt meegenomen welke burgerschapskennis en -vaardigheden leerlingen na hun veertiende jaar bij maatschappijleer opdoen (C. Gelinck, M & P 2018, 3, p. 30).
I. ter Avest & S. Miedema, ‘Levensbeschouwelijke vorming voor alle leerlingen’, Narthex 2013, 3, p. 54 e.v.; Veugelers & Schuitema 2012, p. 8-9.
Vgl. De Groot 2013.
Vgl. Appelhof & Walraven 2002, Ten Dam & Volman 1999, G. Jones, ´Over de instabiele betekenis van staatsburgerschap, staatloosheid en juridisch vreemdelingschap´, RdW 2009, 2, p. 11-31 en Van Wieringen 2007, p. 27-30.
Hurenkamp & Tonkens 2008 en G. Ledoux e.a., ‘Burgerschapscompetenties van jongeren in Nederland’, PS 2011.
Burgerschapsvorming is een initiatieproces, gericht door cultuuroverdracht op de persoonsvorming van leerlingen.1 Hiertoe behoren de staatsburgerlijke2 en maatschappelijke vorming.3 Van Wieringen acht dit onderscheid van belang, ‘omdat Nederland aanzienlijk meer maatschappelijk burgerschap zal moeten betonen en meer staatsrechtelijk burgerschap’.4 Door burgerschapsvorming ontwikkelt burgerschap zich, oftewel, zoals Huijbers het uitdrukt: ‘Ik wil leerlingen leren kritisch te denken over zichzelf en de wereld’.5
De International Civic and Citizenship Education Study (ICCS)6 hanteert het onderscheid in politiek en maatschappelijk burgerschap.7 Hiervoor zijn vier kwalificaties bepalend: (a) het democratisch handelen, (b) het handelen vanuit de maatschappelijke kernwaarden, (c) de participatie in de rechtsstaat en samenleving en (d) de democratische identiteit. In de uitwerking ligt het accent op democratische kernwaarden, sociale vaardigheden en participatie. Aan deze noties is kennis verbonden van de samenleving en levensbeschouwingen.8 Voor de uitoefening van politiek burgerschap vormen politieke betrokkenheid, het stemmen en deelnemen aan politieke besluitvorming de vaardigheden.9 Hierin ligt de kern van burgerschapsvorming: scholen moeten leerlingen toerusten met democratische kennis, vaardigheden10 en houdingen en het functioneren als toekomstig staats- en wereldburger bevorderen.11