De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/9.2.1.3:9.2.1.3 De rechtspraak ten aanzien van onmiddellijke voorzieningen
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/9.2.1.3
9.2.1.3 De rechtspraak ten aanzien van onmiddellijke voorzieningen
Documentgegevens:
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS369739:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 19 oktober 2001, NJ 2002, 92 m.nt. Maeijer, JOR 2002/5 m.nt. Van den Ingh, Ondernemingsrecht 2001/61 m.nt. Geerts (Skygate), HR 25 februari 2011, NJ 2011, 335 m.nt Van Schilfgaarde, JOR 2011/115 m.nt. Doorman (Inter Acces), HR 14 september 2007, NJ 2007, 611 m.nt. Maeijer, JOR 2007/238 m.nt. Bartman bij JOR 2007/239 (Versatel II) en HR 11 juli 2014, NJ 2014, 389 m.nt. Van Schilfgaarde, JOR 2014/263 m.nt. Josephus Jitta bij JOR 2014/264 (Novero II).
Zie par. 8.4.3.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een volgende aanwijzing dat ook bij het treffen van eindvoorzieningen het proportionaliteitsvereiste in acht moet worden genomen, is het feit dat de Hoge Raad er herhaaldelijk op heeft gehamerd dat moet gebeuren bij het treffen van onmiddellijke voorzieningen.1 Onmiddellijke voorzieningen anticiperen immers op eindvoorzieningen.2
Daarbij past weliswaar de kanttekening dat het proportionaliteitsbeginsel bij het treffen van onmiddellijke voorzieningen mede zijn oorsprong vindt in het feit dat op het moment dat dergelijke voorzieningen worden getroffen, (veelal) nog niet is beoordeeld of er wel sprake is van wanbeleid. De kans dat uiteindelijk komt vast te staan dat geen sprake is van wanbeleid, noopt tot terughoudendheid bij het treffen van onmiddellijke voorzieningen. Daartoe moet gezien de belangenafweging voldoende aanleiding zijn. Daarop wordt teruggekomen in par. 9.3. Dat is een factor die niet speelt bij eindvoorzieningen. Om hierboven en hieronder genoemde redenen is dat evenwel onvoldoende om te concluderen dat het proportionaliteitsvereiste enkel zou spelen bij het treffen van onmiddellijke voorzieningen.