Vastgoedtransacties in de Europese btw
Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/4.2.6.4.3.3:4.2.6.4.3.3 Vergoedingsvoorwaarde
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/4.2.6.4.3.3
4.2.6.4.3.3 Vergoedingsvoorwaarde
Documentgegevens:
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291610:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 4 oktober 2001, zaak C-326/99, BNB 2002/396, m.nt. Bijl, r.o. 35 (Stichting Goed Wonen I).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor het openen van de leveringspoort stelt art. 3 lid 2 Wet OB de voorwaarde dat de vergoeding ten minste gelijk moet zijn aan de actuele kostprijs van het onderliggende onroerend goed (hierna: de vergoedingsvoorwaarde). Het Hof van Justitie heeft die vergoedingsvoorwaarde niet in strijd geacht met art. 15 lid 2 Btw-richtlijn. Deze voorwaarde draagt volgens het Hof van Justitie bij tot het door de Btw-richtlijn nagestreefde doel, een reële en juiste btw-heffing te verzekeren. Dat in de praktijk zelden aan die ‘vergoedingsvoorwaarde’ zal worden voldaan, doet hieraan volgens het Hof niet af.1 Dat de vergoedingsvoorwaarde toegestaan is, betekent niet zij het meest wenselijke middel is om een reële en juiste btw-heffing te verzekeren. Integendeel, in paragraaf 4.2.6.4.3.3.1 zal worden betoogd dat de vergoedingsvoorwaarde in strijd is met het doel van art. 15 lid 2 Btw-richtlijn. In paragraaf 4.2.6.4.3.3.2 wordt vervolgens ingegaan op een alternatief voor de vergoedingsvoorwaarde.
4.2.6.4.3.3.1 Vergoedingsvoorwaarde in strijd met doel art. 15 lid 2 Btw-richtlijn4.2.6.4.3.3.2 Alternatief voor vergoedingsvoorwaarde