Betrouwbaar getuigenbewijs
Einde inhoudsopgave
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/5.2.2.1:5.2.2.1 Inprenting
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/5.2.2.1
5.2.2.1 Inprenting
Documentgegevens:
Mr. Dr. M.J. Dubelaar, datum 01-12-2013
- Datum
01-12-2013
- Auteur
Mr. Dr. M.J. Dubelaar
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het opslaan van gebeurtenissen gebeurt automatisch tijdens de waarneming, waarbij de ontvangen zintuigelijke informatie wordt geselecteerd en opgeslagen in het werkgeheugen. Opslag in het werkgeheugen is slechts van korte duur. Om de opgeslagen informatie bij een latere gelegenheid te kunnen herinneren, moet deze vervolgens worden ingeprent in het langetermijngeheugen.1 Bij het opslaan van gebeurtenissen wordt een geheugenspoor gecreëerd, dat de mogelijkheid biedt om informatie later terug te halen. De omvang van het geheugenspoor bepaalt hoe volledig een concrete gebeurtenis later herinnerd kan worden. Het geheugenspoor bestaat niet alleen uit de zintuiglijke indrukken. Ook gevoelens en gedachten die aan deze indrukken zijn gekoppeld, worden in het geheugenspoor opgeslagen evenals de betekenis die daaraan door de waarnemer zelf wordt toegekend.2
Hiervoor werd al aangegeven dat bij het waarnemen en daarmee het opslaan van gebeurtenissen in het werkgeheugen aandacht een belangrijke factor is. Ook stress en emoties spelen in dat verband een belangrijke rol. Gebeurtenissen die een emotionele lading hebben, zijn nadien makkelijker terug te halen dan weinig opvallende en alledaagse gebeurtenissen. Stresshormonen die bij schokkende ervaringen vrijkomen zorgen dat informatie sneller en beter in het geheugen wordt opgeslagen. Echter, een teveel aan stress en emotie kan ook een negatieve invloed hebben op de opslag van informatie vanwege het hiervoor genoemde weapon focus-effect. Emotie en stress zorgen ervoor dat de aandacht vooral wordt gericht op de meest belangrijke en in het oog springende aspecten van een gebeurtenis, wat ten koste gaat van het waarnemen, en dus van het later herinneren, van andere aspecten.3 Ook de tijdsduur (exposure time) is van belang voor de opslag. Hoe langer de waarnemingsduur, hoe beter de waarneming en hoe omvangrijker het geheugenspoor dat wordt gecreëerd. Echter, hier is wel sprake van een afnemende meeropbrengst.4