Douanewaarde in een globaliserende wereld
Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/7.2.4.3.2:7.2.4.3.2 Voorwaarde 1 – De goederen vertoonden gebreken op het tijdstip van aanvaarding van de douaneaangifte voor het vrije verkeer
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/7.2.4.3.2
7.2.4.3.2 Voorwaarde 1 – De goederen vertoonden gebreken op het tijdstip van aanvaarding van de douaneaangifte voor het vrije verkeer
Documentgegevens:
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258413:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EEG 29 april 1993, nr. C-59/92 (Hauptzollamt Hamburg-St. Annen/Ebbe Sönnichsen), ECLI:EU:C:1993:167, r.o. 4.
Conclusie A-G Darmon, nr. C-59/92 (Hauptzollamt Hamburg-St. Annen/Ebbe Sönnichsen), ECLI:EU:C:1993:128, r.o. 24.
Commentaar 2 van de Expertgroep Douane (afdeling douanewaarde) betreffende de toepassing van artikel 132 UDWU, punt 5.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor het in aanmerking mogen nemen van een prijsvermindering is het van belang dat de oorzaak van de gebrekkige aard van de ingevoerde goederen voor het tijdstip van aanvaarding van de douaneaangifte voor het vrije verkeer ligt.1 Daarbij maakt het niet uit dat de datum waarop het risico over de goederen is overgegaan van de verkoper op de koper, vóór het tijdstip van aanvaarding van de douaneaangifte voor het vrije verkeer ligt.2 De vaststelling van de douanewaarde hangt namelijk niet af van het moment waarop het risico van de verkoper overgaat op de koper. Dit tijdstip volgt normaliter uit de handelsvoorwaarden die partijen overeen zijn gekomen en zijn meestal in een internationale standaard over de rechten en plichten van de koper en verkoper zijn uitgedrukt (Incoterm, onderdeel 11.7.4). Indien de handelsvoorwaarden wel invloed zouden hebben, zou dit namelijk het gebruik van arbitraire of fictieve douanewaarden in de hand werken.3
De bewijslast om aan te tonen dat de goederen reeds voor het tijdstip van aanvaarding van de douaneaangifte voor het vrije verkeer gebreken vertoonden, is gelegen bij de importeur.4 De importeur wordt geacht om een en ander aan te tonen aan de hand van vastgelegde standaarden en criteria en onder verwijzing naar de verkoop- en garantieovereenkomst.