Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/9.4.4
9.4.4 De introductie en afschaffing van de ‘domestic sale’
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258799:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie HvJ EU 20 december 2017, nr. C-529/16 (Hamamatsu), ECLI:EU:C:2017:984, r.o. 26 en aldaar aangehaalde rechtspraak en onderdeel 9.3.3.
Minutes of the 5th meeting of the Customs Expert Group - Valuation held on 11th and 12th October 2018, taxud.e.5(2018)6229638.
W. de Wit, Customs Valuation Under the UCC: Further Guidance Needed?, EC Tax Review 26(6), p. 320-321 en M.L. Schippers, A Series of Sales: Determining the Customs Value Under the Union Customs Code, GTGJ 13(2), p. 46.
HvJ EEG 6 juni 1990, nr. C-11/89 (Unifert Handels GmbH tegen Hauptzollamt Münster), ECLI:EU:C:1990:237, r.o. 11.
In het Guidance document on Customs Valuation introduceerde de Europese Commissie in 2016 het concept ‘domestic sale’. Een domestic sale is een verkoop tussen een koper en verkoper die beide in de Europese Unie zijn gevestigd. Het vestigingsbegrip stond niet nader uitgewerkt in het Guidance document on Customs Valuation, maar aannemelijk is dat daarvoor werd aangesloten bij artikel 5, lid 31, DWU waarin is opgenomen wanneer een natuurlijk of rechtspersoon in de Europese Unie is gevestigd voor douanedoeleinden. Volgens de Europese Commissie kon een domestic sale niet dienen als verkoop voor uitvoer (lees: grondslag voor het bepalen van de douanewaarde). Per 17 september 2020 is het Guidance document on Customs Valuation aangepast en is enige verwijzing naar het domestic sale concept verwijderd. Niettemin ga ik in op het concept, omdat het vestigingsbegrip in mijn voorstel voor een alternatief systeem een rol speelt (onderdeel 9.7).
De uitwerking van het concept domestic sale laat zich illustreren aan de hand van de voorbeelden zoals opgenomen in de figuren 9.4 en 9.5. Het feitencomplex bij beide voorbeelden blijft hetzelfde met uitzondering van de vestigingsplaats van handelaar A. Handelaar A is niet langer gevestigd in Zwitserland, maar in Nederland. In dat geval vindt in figuur 9.4 de verkoop tussen handelaar A en handelaar B plaats tussen twee in de Europese Unie gevestigde partijen. Als gevolg wordt deze transactie aangemerkt als domestic sale en kwalificeert deze transactie niet als verkoop voor uitvoer. De transactiewaarde ter vaststelling van de douanewaarde zal derhalve op basis van de verkooptransactie tussen fabrikant X en handelaar A van 100 EUR moeten worden vastgesteld. Hierdoor wordt toch de eerste verkooptransactie aangemerkt als verkoop voor uitvoer (‘revival of the first-sale’). In het voorbeeld in figuur 9.5 brengt de toepassing van het concept domestic sale eveneens met zich dat de transactie tussen handelaar A en handelaar B niet kwalificeert als verkoop voor uitvoer, omdat deze plaatsvindt tussen twee in de Europese Unie gevestigde ondernemingen. Als gevolg zal ook in dit geval de verkooptransactie tussen fabrikant X en handelaar A de grondslag vormen voor het bepalen van de transactiewaarde ter vaststelling van de douanewaarde. Mocht overigens een aan een domestic sale voorafgaande verkoop niet als verkoop voor uitvoer kwalificeren, heeft dit tot gevolg dat de douanewaarde overeenkomstig een alternatieve waarderingsmethode moet worden vastgesteld. Zodoende heeft het concept domestic sale tot (onbedoeld) gevolg dat de transactiewaarde als methode voor de vaststelling van de douanewaarde minder vaak toepassing vindt. Dit past niet bij het uitgangspunt van het douanewaardesysteem dat erop is gericht dat de douanewaarde zoveel als mogelijk op grond van de transactiewaarde wordt vastgesteld.1
Een juridische inbedding van het concept domestic sale in het wetgevingspakket van het DWU ontbreekt. De domestic sale vond alleen toepassing uit hoofde van het rechtens niet bindende Guidance document on Customs Valuation. Toelichting over de achtergrond en redenen voor de introductie van de domestic sale waren daarbij niet genoemd. Een rechtvaardiging van het concept domestic sale kan desondanks worden gezocht in de zienswijze dat douanerechten niet behoren te worden geheven over de waarde die in de Europese Unie wordt toegevoegd en gealloceerd kan worden aan productiefactoren in de Europese Unie. Indien bedrijven echter alleen op ‘papier’ in de Europese Unie zijn gevestigd, dan gaat deze rechtvaardiging niet op.
De Douane Expertgroep (afdeling douanewaarde) heeft in de notulen van zijn bijeenkomst op 11 en 12 oktober 2018 laten optekenen voornemens te zijn om alle referenties naar de domestic sale te verwijderen uit de Guidance document on Customs Valuation.2 Dit lijkt mij juist, omdat de juridische basis ontbreekt en het afhankelijk stellen van de kwalificatie van een transactie als verkoop voor uitvoer aan de vestigingsplaats van de koper en verkoper in strijd lijkt met eerdere rechtspraak van het Hof van Justitie.3 Het Hof van Justitie oordeelde namelijk in de zaak Unifert Handels GmbH tegen Hauptzollamt Münster:4
"[...] Het criterium „verkoop voor uitvoer" betreft de goederen en niet de plaats van vestiging van de verkoper. Gezien in zijn context impliceert deze term, dat op het ogenblik van de verkoop moet vaststaan, dat de goederen vanuit een derde land naar het douanegebied van de Gemeenschap zullen worden gebracht. Niets belet derhalve, dat beide partijen bij de verkoopovereenkomst in de Gemeenschap zijn gevestigd."
In de herziene versie van het Guidance document on Customs Valuation, met dagtekening 17 september 2020, zijn alle referenties naar het domestic sale concept weggehaald. Er wordt daarbij ook ingegaan op de figuur van de verkooporder ('purchase order') waarop in het hiernavolgende onderdeel wordt ingegaan.