Einde inhoudsopgave
Doorwerking van de beginselen van behoorlijke rechtspleging 2010/II.1.2.1
II.1.2.1 Onderlinge verschillen
mr. D.W.M. Wenders, datum 27-09-2010
- Datum
27-09-2010
- Auteur
mr. D.W.M. Wenders
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zowel in de oude openbare voorbereidingsprocedures als ook in de nieuwe uniforme openbare voorbereidingsprocedure is de hernieuwde beoordeling ingebed in de primaire besluitvormingsfase. Om die reden lijkt de term herbeoordeling in deze procedure minder op zijn plaats. Het resultaat van de procedure is immers een primair besluit.
Van Wijk/Konijnenbelt & Van Male 2008, p. 545-546; Rapport VAR-Commissie Rechtsbescherming 2004, p. 153; Notten 1998, p. 57; Versteden 1995, p. 287.
PG Awb I, p. 362. Vgl: Van Wijk/Konijnenbelt & Van Male 2008, p. 545-546 en p. 563-564; SchreuderVlasblom 2003, p. 171-172; Notten 1998, p. 57; Stroink 1993, p. 167. Hierop wordt in par. 4.3.1.1 nader ingegaan.
Rapport VAR-Commissie Rechtsbescherming 2004, p. 153. Uit de begripsomschrijving van een voorprocedure volgt dat de goedkeuringsprocedure in het navolgende slechts, als voorprocedure, bij het onderzoek wordt betrokken voor zover in het kader van die procedure de mogelijkheid bestaat voor belanghebbenden om bedenkingen in te dienen tegen het primaire besluit.
Het onderscheid tussen de oude openbare voorbereidingsprocedure en de uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure, namelijk het wel of niet kunnen indienen van zienswijzen, verliest thans aan betekenis omdat sinds 1 juli 2005 er nog slechts één uniforme openbare voorbereidingsprocedure bestaat. In die uov bestaat, evenals het geval was in de uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure, de mogelijkheid bestaat om zienswijzen in te dienen tegen een ontwerp-besluit, zie art. 3:15 Awb.
In eerste instantie was in de Awb slechts voorzien in de openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Awb. Voormeld standpunt van de wetgever is zoals aangegeven ingenomen ten aanzien van deze procedure, PG Awb I, p. 221. Bij wet van 14 oktober 1993, Stb. 581, is afdeling 3.5, inzake de uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure, in de Awb opgenomen.
PG Awb II, p. 44-45. Om die reden is, zoals aangegeven, destijds in artikel 7:1 lid 1 sub d Awb van de verplichting tot het volgen van de bezwaarschriftprocedure de situatie uitgezonderd dat de uitgebreide voorbereidingsprocedure van deze afdeling reeds is doorlopen.
Ofschoon de hiervoor genoemde voorprocedures gemeen hebben dat op enig moment in de besluitvormingsfase een bestuurlijke herbeoordeling plaatsvindt, valt, zoals bekend, reeds na oppervlakkige beschouwing een aantal verschillen, aan te wijzen. Het meest in het oog springende verschil tussen de verschillende voorprocedures in de oorspronkelijke opzet van de Awb betreft vanzelfsprekend het algemeen verplichte karakter van de bezwaarschriftprocedure ten opzichte van het uitzonderingskarakter van de overige procedures. De bezwaarschriftprocedure dient te worden gevolgd, tenzij van deze hoofdregel bij bijzonder wettelijk voorschrift of bij besluit van het bestuursorgaan wordt afgeweken.
Daarnaast kan het tijdstip waarop de bestuurlijke herbeoordeling plaatsvindt verschillen. In het kader van de bezwaarschriftprocedure, het administratief beroep en de goedkeuringsprocedure vindt de herbeoordeling achteraf, dat wil zeggen nádat het primaire besluit is genomen, plaats door ofwel het bestuursorgaan dat de primaire beslissing heeft genomen ofwel door een ander (hoger) bestuursorgaan. In de uniforme openbare voorbereidingsprocedure daarentegen is de herbeoordeling ingebed in de primaire besluitvormingsfase, derhalve vóórdat het primaire besluit tot stand is gekomen.1
Ook de aard en omvang van de herbeoordeling verschilt per voorprocedure. In de bezwaarschriftprocedure omvat de herbeoordeling, gelet op artikel 7:11 van de Awb, een volledige heroverweging door het betreffende bestuursorgaan. Hiermee wordt kort gezegd bedoeld dat deze beoordeling van het bestuursorgaan zich, naast rechtmatigheidsaspecten, ook (opnieuw) dient uit te strekken over beleidsmatige aspecten. Voor administratief beroep is in artikel 7:25 van Awb slechts neergelegd dat het beroepsorgaan het bestreden besluit vernietigt, voorzover het beroep ontvankelijk en gegrond acht. De bestuurlijke herbeoordeling in het kader van deze procedure kan in beginsel ook bestaan uit een volledige heroverweging door het beroepsorgaan.2 De heroverweging kan echter ook meer terughoudend van aard zijn afhankelijk van de positie die het beroepsorgaan (waarbij administratief beroep kan worden ingesteld) inneemt ten opzichte van het bestuursorgaan dat het besluit in primo heeft genomen.3 Ook de goedkeuringsprocedure leidt, soms naar aanleiding van door burgers ingediende bedenkingen, tot een herbeoordeling door een bestuursorgaan, maar deze is als uitgangspunt beperkt(er) van omvang.4 De beoordeling blijft, ingevolge artikel 10:27 van de Awb, beperkt tot het geschreven en ongeschreven recht alsmede de in bijzondere wetgeving opgenomen gronden. De openbare voorbereidingsprocedure — dat gold ook voor de 'oude' uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure — kan worden gekarakteriseerd als een inspraakprocedure die, aan de hand van door belanghebbende(n) ingediende zienswijzen, de zorgvuldigheid van de primaire besluitvorming dienen te bevorderen.5 De wetgever kenschetste destijds de openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4, indien de zienswijzen gericht zijn tegen een ontwerp-besluit, als een uitgebreide hoorprocedure vooraf die bepaalde trekken van een bezwaarprocedure vooraf kan krijgen.6 Dit standpunt geldt te meer voor de later ingevoegde uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure(s) van afdeling 3.5 van de Awb, aangezien de bedenkingen in die procedure(s), gelet op artikel 3:24, eerste lid Awb altijd gericht zullen zijn tegen een ontwerp-besluit.7 In de thans geldende uniforme openbare voorbereidingsprocedure, neergelegd in afdeling 3.4 van de Awb, zijn de zienswijzen altijd gericht tegen een ontwerpbesluit. Omdat deze procedure onderdeel uitmaakt van de primaire besluitvormingsfase kan de (her)beoordeling van het bestuursorgaan naar aanleiding van de ingediende zienswijzen zich uitstrekken tot zowel rechtmatigheids- als doelmatigheidsaspecten.
De verschillen die na een eerste verkenning naar voren komen tussen de voorprocedures onderling, doen de vraag rijzen naar de exacte verhouding tussen de verschillende voorprocedures. Op het eerste gezicht lijken de procedures niet zonder meer uitwisselbaar te zijn. De vraag is echter in hoeverre de functies en karakter van de verschillende procedures daadwerkelijk uiteenlopen. Bij beantwoording van de vraag naar de doorwerking van de beginselen van behoorlijke rechtspleging in de huidige bestuurlijke voorprocedures, dienen zoals eerder aangegeven, voor zover daarvan na nadere beschouwing sprake blijkt te zijn, de verschillen in aanmerking te worden genomen. Om die reden vindt in dit onderzoek differentiatie per voorprocedure plaats en worden de verschillende voorprocedures afzonderlijk behandeld.