De ex-werknemer
Einde inhoudsopgave
De ex-werknemer (MSR nr. 83) 2023/3.3.5:3.3.5 Het vervalbeding
De ex-werknemer (MSR nr. 83) 2023/3.3.5
3.3.5 Het vervalbeding
Documentgegevens:
Vincent Gerlach, datum 10-11-2022
- Datum
10-11-2022
- Auteur
Vincent Gerlach
- JCDI
JCDI:ADS687171:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Hof Amsterdam 16 april 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ8554 (RBS/ex-werknemer).
HR 12 juni 1998, JAR 1998/183, TVVS 1998/144, m.nt. F.B.J. Grapperhaus (Cicurel/Alcatel), onder3.7 en 3.11.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Van een geheel andere orde is het vervalbeding. Met enige regelmaat worden rechten en verplichtingen na het einde van de arbeidsovereenkomst afhankelijk gemaakt van de wijze of reden van beëindiging. Ik kom daarover in hoofdstuk 4 in uitgebreidere mate te spreken. Contractueel kan verval van een recht, zoals een bonusaanspraak, afhankelijk worden gemaakt van de omstandigheid of de werknemer in dienst treedt bij een concurrent binnen een bepaalde tijd na beëindiging. Beperkt dit ook de ex-werknemer om op zekere wijze werkzaam te zijn? Niet volgens het hof Amsterdam, de enige mij bekende rechterlijke uitspraak in dit verband.1 In casu was sprake van een uitgestelde, discretionaire cash beloning die in verschillende tranches kon worden verzilverd. Het toepasselijke bonusreglement bepaalde echter dat bij vrijwillig vertrek en indiensttreding bij de concurrent, de nog niet ‘geveste’ tranches zouden komen te vervallen. Zo geschiedde, waarna de ex-werknemer zich op het standpunt stelt dat hier sprake is van een artikel 7:653 BW-beding en doordat hij het bonusreglement nooit had ondertekend er niet is voldaan aan het schriftelijkheidsvereiste. Een onjuiste redenering volgens het hof, aangezien het de werkgever vrijstaat aan een discretionaire bonus contractuele voorwaarden te verbinden. Het bonusreglement beperkt daardoor de ex-werknemer niet na het einde van de arbeidsovereenkomst op zekere wijze werkzaam te zijn.
Dat lijkt mij een juiste redenering op basis van het standpunt dat wie het meerdere mag, ook het mindere mag. Dat wil zeggen, als uitgestelde variabele beloning vervallen mag worden verklaard wegens enkele uitdiensttreding, mag het ook wegens uitdiensttreding gevolgd door indiensttreding bij de concurrent. Uit het Cicurel-arrest blijkt, kort gezegd, dat het eerste mag, tenzij het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. A-G Spier merkte in zijn conclusie voor het arrest zelfs op dat wanneer opties met name dienen als bindingsmiddel, om te voorkomen dat de werknemer overstapt naar de concurrent, het billijk is dat die opties komen te vervallen als de overstap naar de concurrent toch plaatsvindt.2 Het verval van uitgestelde variabele beloning beperkt de werknemer niet op enige wijze werkzaam te zijn bij de concurrent, het is louter een financiële prikkel het niet te doen. Dat neemt niet weg dat ‘gouden ketenen’ indirect hetzelfde kunnen bewerkstelligen als een concurrentiebeding.