Einde inhoudsopgave
RvdW 2021/1187
Procesrecht. Arbeidsrecht. Klacht dat het hof de aktes na comparitie van partijen niet (kenbaar) in zijn oordeel heeft betrokken.
HR 03-12-2021, ECLI:NL:HR:2021:1810
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
3 december 2021
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh, A.E.B. ter Heide
- Zaaknummer
21/00795
- Conclusie
A-G mr. R.H. de Bock
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Hoger beroep
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2021:1810, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 03‑12‑2021
ECLI:NL:PHR:2021:876, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 24‑09‑2021
Essentie
Procesrecht. Arbeidsrecht. Klacht dat het hof de aktes na comparitie van partijen niet (kenbaar) in zijn oordeel heeft betrokken.
Partij(en)
ARREST In de zaak van [eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats], EISERES tot cassatie, hierna: [eiseres], advocaat: M. Littooij, tegen [de werknemer], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, hierna ook: de werknemer, niet verschenen.
Conclusie
Conclusie A-G mr. R.H. de Bock:
1. Feiten en procesverloop
In cassatie kan van de volgende feiten worden uitgegaan, ontleend aan rov. 2.1 tot en met 2.4 van het arrest van het gerechtshof Den Haag van 24 november 2020.1.
1.1
[Werknemer] (hierna: Werknemer) is sinds 3 december 2007 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.