Einde inhoudsopgave
RvdW 2021/1205
Voorhanden hebben van vals paspoort van Tanzania, art. 231 lid 2 Sr. Bewijsklacht m.b.t. wetenschap verdachte van valsheid paspoort. Uit de bewijsvoering kan niet zonder meer volgen dat verdachte ‘wist’ dat het nationaal paspoort van Tanzania dat hij voorhanden had, vals of vervalst was. Volgt vernietiging en terugwijzing.
HR 30-11-2021, ECLI:NL:HR:2021:1790
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
30 november 2021
- Magistraten
Mrs. J. de Hullu, E.S.G.N.A.I. van de Griend, A.E.M. Röttgering
- Zaaknummer
20/02607
- Conclusie
A-G mr. P.C. Vegter
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2021:1790, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 30‑11‑2021
ECLI:NL:PHR:2021:951, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 12‑10‑2021
Essentie
Voorhanden hebben van vals paspoort van Tanzania, art. 231 lid 2 Sr. Bewijsklacht m.b.t. wetenschap verdachte van valsheid paspoort. Uit de bewijsvoering kan niet zonder meer volgen dat verdachte ‘wist’ dat het nationaal paspoort van Tanzania dat hij voorhanden had, vals of vervalst was. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 20/02607
Datum 30 november 2021
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 17 augustus 2020, nummer 23-004481-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966, hierna: ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.