Einde inhoudsopgave
RvdW 2021/1196
Betekening dagvaarding in h.b., art. 588.1.b.3 (oud) Sv. De appeldagvaarding is uitgereikt aan de griffier, waarna de verdachte bij verstek is veroordeeld. HR herhaalt relevante overwegingen uit NJ 2003/317, m.nt. Schalken m.b.t. omstandigheden waaronder kan worden aangenomen dat van verdachte geen feitelijke woon- of verblijfplaats bekend is. Uit de stukken volgt dat de dagvaarding in h.b. op 10 januari 2012 is uitgereikt aan de griffier omdat van de geadresseerde geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend was, dat de verdachte in zijn politieverhoor van 15 oktober 2008 als adres heeft opgegeven het adres van zijn moeder, dat hij heeft verklaard dat dit tevens zijn postadres is voor meldingen in strafzaken, en dat hij er soms slaapt, maar dat hij meestal slaapt bij zijn vriendin op een adres in Amsterdam en dat blijkens een ID-staat SKDB van 7 februari 2012 vanaf 6 maart 2008 geen GBA adres (thans BRP adres) van de verdachte bekend is en geen laatst opgegeven woon- of verblijfplaats beschikbaar is. Het kennelijke oordeel van het hof dat geen van de door de verdachte in het politieverhoor van 15 oktober 2008 opgegeven adressen kan worden aangemerkt als een adres dat redelijkerwijs als feitelijke woon- of verblijfplaats zouden kunnen gelden en de verdachte rechtsgeldig is gedagvaard voor de tz. in h.b. is niet z.m. begrijpelijk.
HR 30-11-2021, ECLI:NL:HR:2021:1799
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
30 november 2021
- Magistraten
Mrs. J. de Hullu, E.S.G.N.A.I. van de Griend, C. Caminada
- Zaaknummer
20/01491
- Conclusie
A-G mr. P.C. Vegter
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2021:1799, Uitspraak, Hoge Raad, 30‑11‑2021
ECLI:NL:PHR:2021:950, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 12‑10‑2021
Essentie
Betekening dagvaarding in h.b., art. 588.1.b.3 (oud) Sv. De appeldagvaarding is uitgereikt aan de griffier, waarna de verdachte bij verstek is veroordeeld. HR herhaalt relevante overwegingen uit NJ 2003/317, m.nt. Schalken m.b.t. omstandigheden waaronder kan worden aangenomen dat van verdachte geen feitelijke woon- of verblijfplaats bekend is. Uit de stukken volgt dat de dagvaarding in h.b. op 10 januari 2012 is uitgereikt aan de griffier omdat van de geadresseerde geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend was, dat de verdachte in zijn politieverhoor van 15 oktober 2008 als adres heeft opgegeven het adres van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.