Betrouwbaar getuigenbewijs
Einde inhoudsopgave
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/8.5.3.1:8.5.3.1 Taak en plichten van de getuige
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/8.5.3.1
8.5.3.1 Taak en plichten van de getuige
Documentgegevens:
Mr. Dr. M.J. Dubelaar, datum 01-12-2013
- Datum
01-12-2013
- Auteur
Mr. Dr. M.J. Dubelaar
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Tijdens het opsporingsonderzoek rust op de burger die getuige is van een strafbaar feit slechts de verplichting tot het dulden dat hij naar zijn personalia wordt gevraagd (Mols 2003, p. 6).
In Engeland waar men geen rechterlijke bemoeienis met het vooronderzoek kent, kan de aanklager een verzoek indienen bij de Magistrates’ Court om een onwillige getuige een verklaring af te laten leggen (Spencer 2002a, p. 194).
Minkenhof-Reijntjes 2009, § 5.2.7.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De taak – of misschien beter gezegd: de opdracht – van de getuige is het afleggen van een verklaring in de strafprocedure. De verplichting van een persoon om te verschijnen en ten overstaan van een functionaris een verklaring af te leggen, is afhankelijk van de fase waarin het onderzoek zich bevindt. In het hoofdonderzoek is de persoon die als getuige wordt opgeroepen altijd verplicht te verschijnen en een verklaring af te leggen (art. 287 lid 3 en 294 Sv). In het vooronderzoek is een persoon die mogelijk relevante informatie heeft enkel verplicht te verschijnen en te antwoorden indien hij daartoe door de rechter-commissaris is opgeroepen (art. 213 lid 1 en 221 Sv). De verschijningsplicht bestaat niet bij de politie.1 Ook in de ons omringende landen vindt het getuigenverhoor bij de politie alleen plaats op basis van vrijwilligheid. Wordt het noodzakelijk dat een bepaald persoon reeds in het vooronderzoek een verklaring aflegt en deze heeft ten overstaan van de politie geweigerd, dan dient een rechter te worden ingeschakeld.2 Indien een persoon die conform de wettelijke bepalingen als getuige is opgeroepen, weigert te verschijnen en te verklaren op een moment dat hij daartoe wettelijk verplicht is, dan kan de rechter de medebrenging van de getuige bevelen (art. 313 lid 2 Sv en art. 287 lid 3 onder b Sv) en deze bij weigerachtigheid om te verklaren in gijzeling stellen (art. 221 en 294 Sv). Een uitzondering op de verplichting tot verschijnen en verklaren is gelegen in het – hierna te bespreken – verschoningsrecht.
Op de persoon in hoedanigheid van getuige die verplicht is te verschijnen en te verklaren, rust – op grond van het bepaalde in artikel 215 Sv – de verplichting om de ‘de geheele waarheid en niets anders dan de waarheid’ te vertellen. De plicht om de waarheid te spreken, wordt benadrukt door de verplichting voor de getuige zich te laten beëdigen. Beëdiging vindt niet plaats bij de politie, omdat de getuige daar niet verplicht is te spreken. Het horen onder ede is voorbehouden aan de rechter. In Nederland heeft de wetgever als uitgangspunt genomen dat bij het verhoor door de rechter-commissaris in het vooronderzoek in beginsel niet wordt beëdigd, omdat anders de nadruk te sterk op het vooronderzoek zou komen te liggen, in plaats van op het onderzoek ter terechtzitting.3 Beëdiging vindt wel plaats indien de getuige waarschijnlijk niet op de terechtzitting zal kunnen verschijnen (vgl. art. 216 lid 1 Sv). Evenals in de ons omringende landen kan een getuige waarvan wordt vermoed dat hij – onder ede – niet naar waarheid heeft verklaard, worden vervolgd voor meineed (art. 207 Sr).