Einde inhoudsopgave
RvdW 2018/674
Klachten over ontoereikende motivering medeplichtigheid aan gekwalificeerde diefstal (geen opzet en bijdrage pas na plegen feit). Hoge Raad: art. 81 lid 1 RO.
HR 29-05-2018, ECLI:NL:HR:2018:780
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
29 mei 2018
- Magistraten
Mrs. J. de Hullu, E.S.G.N.A.I. van de Griend, A.E.M. Röttgering
- Zaaknummer
16/03856
- Conclusie
A-G mr. A.E. Harteveld
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2018:780, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 29‑05‑2018
ECLI:NL:PHR:2018:211, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 20‑03‑2018
Essentie
Klachten over ontoereikende motivering medeplichtigheid aan gekwalificeerde diefstal (geen opzet en bijdrage pas na plegen feit). Hoge Raad: art. 81 lid 1 RO.
Partij(en)
29 mei 2018
Strafkamer
nr. S 16/03856
LBS/EC
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 14 juli 2016, nummer 22/004412-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988.
Conclusie
Conclusie A-G mr. A.E. Harteveld:
1. De verdachte is bij arrest van 14 juli 2016 door het Gerechtshof Den Haag wegens “medeplichtigheid aan ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.