Einde inhoudsopgave
RvdW 2018/685
Klachten met betrekking tot 1. schending art. 422 lid 2 Sv, 2. aanvulling bewijsmiddelen op grond van art. 365b.1 Sv, 3. criterium bij afwijzing verzoek verwijzing zaak naar RHC; 4. vervolging (vanwege strijd met ne bis in idem-beginsel wegens eerdere veroordeling in Belgiƫ), 5. bewezenverklaring (vanwege strijd met bewijsminimum). Hoge Raad: art. 81 lid 1 RO. Samenhang met 17/01650 en 17/03415.
HR 29-05-2018, ECLI:NL:HR:2018:795
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
29 mei 2018
- Magistraten
Mrs.Ā J.Ā deĀ Hullu, E.S.G.N.A.I.Ā vanĀ deĀ Griend, M.J.Ā Borgers
- Zaaknummer
17/03416
- Conclusie
A-GĀ mr.Ā T.N.B.M.Ā Spronken
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2018:795, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 29ā05ā2018
ECLI:NL:PHR:2018:509, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 03ā04ā2018
Essentie
Klachten met betrekking tot 1. schending art. 422 lid 2 Sv, 2. aanvulling bewijsmiddelen op grond van art. 365b.1 Sv, 3. criterium bij afwijzing verzoek verwijzing zaak naar RHC; 4. vervolging (vanwege strijd met ne bis in idem-beginsel wegens eerdere veroordeling in Belgiƫ), 5. bewezenverklaring (vanwege strijd met bewijsminimum). Hoge Raad: art. 81 lid 1 RO. Samenhang met 17/01650 en 17/03415.
Partij(en)
29 mei 2018
Strafkamer
nr. S 17/03416
AJ/SK
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 20 maart 2017, nummer 20/004141-13, in de strafzaak tegen: ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.