Einde inhoudsopgave
RvdW 2018/659
Enquêterecht. Verhaal onderzoekskosten op feitelijk bestuurder op de voet van art. 2:354 BW; maatstaf. Hoofdelijke verbondenheid op de voet van art. 6:6 BW.
HR 13-04-2018, ECLI:NL:HR:2018:597
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
13 april 2018
- Magistraten
Mrs. C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp, M.V. Polak, C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff
- Zaaknummer
17/03121
- Conclusie
A-G mr. E.M. Wesseling-van Gent
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2018:597, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 13‑04‑2018
ECLI:NL:PHR:2018:87, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 19‑01‑2018
Beroepschrift, Hoge Raad, 29‑06‑2017
- Wetingang
Essentie
Enquêterecht. Verhaal onderzoekskosten op feitelijk bestuurder op de voet van art. 2:354 BW; maatstaf. Hoofdelijke verbondenheid op de voet van art. 6:6 BW.
Art. 2:350 lid 3 BW bepaalt dat de rechtspersoon de onderzoekskosten betaalt. Art. 2:354 BW strekt ertoe om verhaal van onderzoekskosten mogelijk te maken ten laste van de individuele persoon die in de sfeer van de rechtspersoon is opgetreden en voor het slecht functioneren van de rechtspersoon verantwoordelijk wordt gehouden. De ondernemingskamer dient bij haar beslissing op de voet van art. 2:354 BW alle omstandigheden van het geval ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.