Einde inhoudsopgave
RvdW 2018/665
1. ‘Gevaarlijk dier’ als bedoeld in art. 425 aanhef en onder 2° Sr. 2. Voorwaardelijk opzet en aanmerkelijke kans.
HR 29-05-2018, ECLI:NL:HR:2018:718
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
29 mei 2018
- Magistraten
Mrs. W.A.M. van Schendel, A.L.J. van Strien, J.C.A.M. Claassens, M.T. Boerlage, A.E.M. Röttgering
- Zaaknummer
16/02401
- Conclusie
A-G mr. B.F. Keulen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2018:718, Uitspraak, Hoge Raad, 29‑05‑2018
ECLI:NL:PHR:2018:106, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 30‑01‑2018
Beroepschrift, Hoge Raad, 30‑12‑2016
- Wetingang
Art. 425 aanhef en onder 2° Sr
Essentie
1. ‘Gevaarlijk dier’ als bedoeld in art. 425 aanhef en onder 2° Sr. 2. Voorwaardelijk opzet en aanmerkelijke kans.
Ad 1. De opvatting dat slechts dan sprake kan zijn van een ‘gevaarlijk dier’ als bedoeld in art. 425 aanhef en onder 2 Sr indien het dier gevaren oplevert voor mensen, is onjuist.
Ad 2. Voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg — zoals in casu de beschadiging van een hond — is aanwezig indien de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat dat gevolg zal intreden. Onder ‘de naar algemene ervaringsregels aanmerkelijke kans’ moet ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.