Einde inhoudsopgave
RvdW2018/678
Verstek. Aanwezigheidsrecht. Verdachte was in verband met een andere zaak gedetineerd, zodat ’s hofs beslissing om tegen verdachte verstek te verlenen en het onderzoek ter rechtzitting voort te zetten, achteraf bezien onjuist was.
HR 29-05-2018, ECLI:NL:HR:2018:788
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
29 mei 2018
- Magistraten
Mrs. J. de Hullu, E.S.G.N.A.I. van de Griend, M.J. Borgers
- Zaaknummer
16/05574
- Conclusie
A-G mr. D.J.C. Aben
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2018:788, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 29‑05‑2018
ECLI:NL:PHR:2018:505, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 03‑04‑2018
Essentie
Verstek. Aanwezigheidsrecht. Verdachte was in verband met een andere zaak gedetineerd, zodat ’s hofs beslissing om tegen verdachte verstek te verlenen en het onderzoek ter rechtzitting voort te zetten, achteraf bezien onjuist was.
Partij(en)
29 mei 2018
Strafkamer
nr. S 16/05574
NA/IV
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof Den Haag van 2 november 2016, nummer 22/001902-16, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987.
Conclusie
Conclusie A-G mr. D.J.C. Aben:
1. Het gerechtshof Den Haag heeft bij ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.