Einde inhoudsopgave
Sturingsinstrumenten in de WW: 1987-2020 (MSR nr. 77) 2021/2.4.2
2.4.2 Nadelen van 52 SV-dagen en nieuw criterium van 208 uren in 2013
Datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
Kluwer
- JCDI
JCDI:ADS258990:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Sociale zekerheid algemeen / Algemeen
Sociale zekerheid werkloosheid (V)
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1990/91, 21892, nr. 3, p. 10. De in deze wet gegeven regeling gold voor alle nieuwe gevallen van werkloosheid na de datum van inwerkingtreding van 1 januari 1991. Dit betekende dat voor deze gevallen ook vóór 1 januari 1991 aan de hand van loondagen bezien moest worden of een persoon arbeidsverleden had opgebouwd. Lopende of onderbroken uitkeringen vallen onder de oude regeling, zoals die vorm had gekregen in de circulaire van de Sociale Verzekeringsraad van 21 december 1989, no. 949.
Alhoewel de berekening van de uitkeringsduur met deze wetswijziging was vereenvoudigd, had het systeem van 52 SV-dagen per kalenderjaar ook nadelen. Het 8-urencriterium had als doel een regelmatige band met het arbeidsproces vast te stellen. Dat doel ging met het criterium van 52 SV-dagen teniet, omdat de spreiding over het jaar verloren ging. Het was voldoende als er aan het einde van het jaar 52 loondagen waren geweest, ongeacht hoe die loondagen over het jaar waren verspreid. Vanuit de verzekeringsgedachte van de WW was er geen nadeel aan het criterium van 52 SV-dagen, want er werd evenveel premie afgedragen.
Het tweede nadeel was dat door het 52 SV-dagen criterium meer personen werden toegelaten tot de verlengde WW-uitkering, aangezien ook met een enkel uur werken per dag, zolang dit maar 52 dagen gebeurt, een arbeidsverleden werd opgebouwd. Dit is in feite een verlichting van de arbeidsverledeneis. Echter, als dit criterium strenger zou zijn door bijvoorbeeld een minimumbedrag aan loon te eisen of langere gewerkte perioden te eisen voor het recht op de WW-uitkering, dan zou een groep parttimers niet meer voldoen aan het criterium. Parttimers waren veelal vrouwen, zodat dergelijke eisen ook tot indirecte discriminatie zouden leiden. Het systeem van de 52 SV-dagen was daarom voor parttimers en werknemers met een onregelmatig arbeidsverleden gunstiger.
De arbeidsverledeneis werd door het vereiste van de kalenderjaren wel verzwaard. Er moest gewerkt zijn in drie van de vijf kalenderjaren voorafgaand aan het jaar dat de werkloosheid was ingetreden. Dit hield in dat de referteperiode werd verlengd, aangezien terug werd gegaan naar het begin van het jaar voor de berekening van de referteperiode.
Kortom, het kabinet maakte de vereisten om in aanmerking te komen voor de verlengde uitkering lichter (52 SV-dagen), maar de begrenzing scherper (kalenderjaren). De regeling van 52 SV-dagen per kalenderjaar gold alleen voor de gevallen waarin de werkloosheid was ingetreden na inwerkingtreding van de wetswijziging, te weten 1 januari 1991.1
Vanaf 1 januari 2013 is het criterium van 52 SV-dagen weer aangepast door de Wet vereenvoudiging regelingen UWV. Daarin is bepaald dat een werknemer voor toegang tot de WW ten minste 208 uren per kalenderjaar loon moet hebben ontvangen.2 De SV-dagen moesten door de werkgever worden aangegeven bij de loonaangifte en daarna opgenomen worden in de polisadministratie. Die informatie was alleen relevant voor het vaststellen van de duur van het arbeidsverleden en was een administratieve last voor de werkgevers. Werkgevers hadden daarom in het kader van deregulering herhaaldelijk gepleit voor afschaffing van de SV-dagen. De voorwaarde van ten minste 52 SV-dagen is wel het uitgangspunt geweest bij de nieuwe regeling. Het getal 52 is daartoe vermenigvuldigd met 4, omdat er dan volgens het kabinet sprake is van een dienstbetrekking met enig substantiële omvang, te weten 208 uur. Het was niet vereist dat de 208 arbeidsuren over ten minste 52 werkdagen moesten zijn verspreid. Ook een dienstverband van 8 uur op 26 dagen – of andere varianten die uitkomen op totaal 208 arbeidsuren – zouden voldoende zijn om het kalenderjaar mee te laten tellen voor het arbeidsverleden.3