Einde inhoudsopgave
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/7.4.4
7.4.4 Horen van betrokkenen
mr. P.H.M. Broere, datum 12-05-2022
- Datum
12-05-2022
- Auteur
mr. P.H.M. Broere
- JCDI
JCDI:ADS652164:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
HR 4 juni 1997 (r.o. 4.4.2), NJ 1997/671, m.nt. J.M.M. Maeijer; JOR 1997/82, m.nt. F.J.P. van den Ingh (Text Lite).
De Ondernemingskamer bepaalt overigens wie tot de kring van belanghebbenden behoort, zie ook HR 4 maart 1988 (r.o. 3), NJ 1989/628, m.nt. G.R. de Groot (Verzoekschrift Santos).
HR 10 september 1993 (r.o. 3.3), NJ 1993/777, m.nt. P.A. Stein (Moolenbeek/Alcatel).
Kamerstukken II 1963/64, 7753, 3, p. 6. Vgl. ook Kamerstukken I 1968/69, 7753, 41a, p. 2.
Asser/Maeijer, Van Solinge & Nieuwe Weme 2-II* 2009/779.
In art. 54b WvK (oud) en het wetsvoorstel van de Commissie Verdam werd geëxpliciteerd dat de Ondernemingskamer enkel een verzoek tot verhaal van de kosten van het onderzoek kon toewijzen nadat degene aan wie de vergoeding van kosten wordt opgelegd, is gehoord of behoorlijk is opgeroepen. Een en ander werd echter niet opgenomen in het Wetboek van Koophandel 1971 en art. 2:354 BW (par. 7.2). Dit neemt niet weg dat betrokkenen door de Ondernemingskamer moeten worden gehoord: zij moeten in de gelegenheid worden gesteld zich te verweren.1 De Ondernemingskamer dient in ieder geval diegene die het verzoek tot verhaal van de kosten van het onderzoek doet op te roepen op de voet van art. 279 lid 1 Rv. Doet een ander dan de rechtspersoon dit verzoek, dan dient daarnaast de geënquêteerde rechtspersoon te worden opgeroepen op grond van art. 995 lid 3 Rv.
Op grond van art. 2:354 BW kunnen de kosten van het onderzoek worden verhaald op een enquêteverzoeker, bestuurder, commissaris of ander in dienst van de rechtspersoon. Afhankelijk van tot wie het verzoek zich richt kan de Ondernemingskamer deze belanghebbenden horen op grond van art. 279 lid 1 Rv.2 Het is aan de Ondernemingskamer overgelaten of zij belanghebbenden oproept. Daarbij moet zij de eisen van een behoorlijke rechtspleging in acht nemen.3 De in het verzoekschrift genoemde belanghebbenden moeten doorgaans worden opgeroepen. Dat geldt ook voor de in het verzoek tot verhaal van de kosten van het onderzoek genoemde belanghebbenden waarop verhaal wordt verzocht.4 Degenen tot wie het verzoek is gericht, moeten dus steeds in de procedure worden betrokken.5