Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/9.1.1
9.1.1 Reproductie van democratie en rechtsstaat
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977222:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie: Rosenthal (red.) 1982, p. 13-30 en Vis 1995, p. 2-4.
Zie: W. van der Burg, Het democratisch perspectief. Een verkenning van de normatieve grondslagen der democratie, Arnhem: GQ 1991, W. Blankert, ´In gesprek met auteur Jan de Kievid: Fascinatie voor democratie´, M & P 2012, 1, p. 4-5, De Kievid 2012 en recensie W. Blankert, Democratie 2012, p. 20-21.
Zie: Rawls 1971; vgl. M. Jansen, ‘CDV in gesprek met Amitai Etzioni´, CDV 2001, 10, p. 3-10, R. Tinnevelt & G. Verschraegen (red.), Rawls. Een inleiding in zijn werk, Kapellen 2002, G. van der List, ‘Verkeerde ideologie’, Elsevier, 10 januari 2004, p. 107, Castenmiller 1988 en M. Gemmeke, ‘Onderzoek naar politieke socialisatie: de stand van zaken´, AP 1995, p. 75-101.
Voor het eerst is het begrip participatiesamenleving c.q. democratie genoemd in de Troonrede van 2013; vgl. Hendriks 2006, p. 124 e.v. en Eijkman 2019, p. 102 e.v.
Zie: mijn ´Economisch-staatsburgerlijke scholing: hoogst actueel!´, TEO 2004, p. 338-340.
Schumpeter 1943, p. 274-333 e.v. en Gemmeke 1998, p. 59 e.v.
Onderwijsraad 2011.
Lijphart 1968, p. 202.
Easton 1961; Van de Gevel & Van de Goor 1984, p. 59.
Hoogerwerf, ’Het politieke systeem van Nederland’, in: Andeweg e.a. (red.), 1985, p. 19-20.
Vis 1995, p. 4-5.
Normatieve democratietheorieën
Volgens de normatieve democratietheorieën is het de taak van de overheid om het behoud en de ontwikkeling van de democratische rechtsstaat te bevorderen.1 Ze verwoorden het democratisch ideaal en benadrukken het belang dat de burger een goed ingevoerde participant in de politiek is.2 Niet alleen kennis is vereist. Maar ook een zeker niveau van actieve betrokkenheid, hetgeen onder meer tot uitdrukking komt in de politieke belangstelling en participatie als vormen van politieke betrokkenheid, is daartoe nodig.3 Met name in een participatiedemocratie is actieve betrokkenheid en deelname van (staats)burgers vereist.4
Deze deelname dient te getuigen van een politieke volwassenheid en het vermogen om de democratische rechtsstaat vorm te geven. De normatieve democratietheorieën onderstrepen de noodzaak burgers te vormen tot actieve deelnemers aan de democratie.5 Ze postuleren een geslaagde politieke socialisatie van jongeren door het toerusten met political involvement.6 Het democratisch handelen vergt een doelgerichte vorming. Bij gebreke hiervan is de leerling later in de politieke kringloop eerder buitenstaander dan participant.7
Politieke kringloop van Easton
De normatieve democratietheorieën gaan ervan uit dat belangstellende burgers een democratische samenleving in stand willen en kunnen houden. Dat vraagt om burgers die een daadwerkelijke belangstelling koesteren voor de publieke zaak.8 Het deelnemen van burgers aan activiteiten - in de politieke kringloop - van idee tot besluitvorming is volgens Easton ‘het participeren aan het geheel van politiek/processuele interacties, waardoor een gezaghebbende toedeling van de algemeen gedeelde waarden voor een samenleving plaatsvindt’.9 Politiek is daarmee te duiden als de gezaghebbende toedeling van de algemeen gedeelde basiswaarden. In de praktijk betekent dit ‘een politieke kringloop van actoren, opvattingen, gedragingen en posities met als uiteindelijk doel het beïnvloeden van de inhoud, totstandkoming en effecten van het overheidsbeleid’.10
Om dit te realiseren is kennis nodig van de politieke democratie en enige oefening in instrumentele vaardigheden. Voor een gemotiveerde keuze, met of zonder kieswijzer, dienen deze debatten op hun waarde geschat te kunnen worden.11 Het enkele feit dat de directe verkiezingen in de representatieve democratieën bestaan, vormt op zichzelf al een legitimatie voor de staatsburgerlijke vorming. Desalniettemin leidt dit niet als vanzelf tot de toewijding van de kiezers aan de democratische rechtsstaat.