Het akkoord
Einde inhoudsopgave
Het akkoord (O&R nr. 60) 2011/7.5.2:7.5.2 Casus UPC/Movieco
Het akkoord (O&R nr. 60) 2011/7.5.2
7.5.2 Casus UPC/Movieco
Documentgegevens:
Mr. A.D.W. Soedira, datum 25-02-2011
- Datum
25-02-2011
- Auteur
Mr. A.D.W. Soedira
- JCDI
JCDI:ADS443628:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Op 19 december 2003 heeft UPC, na de beslissing van de rechtbank, de aandelen alsnog aan Movieco geleverd.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op 3 december 2002 is aan UPC voorlopige surseance van betaling verleend. Dezelfde dag is door UPC een akkoord ter griffie neergelegd. Movieco heeft in de surseance van UPC een vordering aangemeld van USD 11.161.329,-, die door de bewindvoerder is geplaatst op de lijst van voorlopig erkende vorderingen. Het akkoord wordt vervolgens aangenomen en gehomologeerd door de rechtbank. Op de vergadering waarin het akkoord is aangenomen, is de vordering van Movieco niet door UPC, de bewindvoerder of door enig schuldeiser betwist. Movieco heeft op 3 december 2002 een arbitrageprocedure aanhangig gemaakt bij de International Chamber of Commerce te Parijs, waarbij zij onder meer vordert de betaling door UPC van haar rekeningen tot en met 12 november 2002. UPC heeft uitvoering gegeven aan het akkoord en al haar niet betwiste schuldeisers conform het akkoord voldaan, met uitzondering van Movieco. Movieco heeft UPC verzocht om levering van 59.466 aandelen UGCE Inc. UPC heeft dit geweigerd, omdat in de aangespannen arbitrageprocedure nu juist het bestaan van de vordering van Movieco in geschil is. UPC heeft echter wel 59.466 aandelen UGCE Inc. in escrow op een rekening onder een notaris doen plaatsen.1 Nu UPC weigert jegens Movieco het gehomologeerde akkoord na te komen, verzoekt Movieco de rechtbank het akkoord te ontbinden op grond van art. 280 jo. art. 165 Fw.