De systematiek van de vermogensdelicten
Einde inhoudsopgave
De systematiek van de vermogensdelicten 2017/3.5:3.5 Slotbeschouwing
De systematiek van de vermogensdelicten 2017/3.5
3.5 Slotbeschouwing
Documentgegevens:
mr. V.M.A. Sinnige, datum 02-01-2017
- Datum
02-01-2017
- Auteur
mr. V.M.A. Sinnige
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit de wetsgeschiedenis van de vermogensdelicten blijkt dat de wetgever er groot belang aan hechtte de vermogensdelicten scherp van elkaar te onderscheiden. Het verschil tussen de delicten is gelegen in de strafbaar gestelde handelingen. Bij diefstal is dat het wegnemen van een goed van een ander, bij verduistering het toe-eigenen van een goed dat men al onder zich heeft en bij afpersing en oplichting het bewegen tot afgifte van een goed. De vermogensdelicten hebben zich in de loop der tijd ontwikkeld van delicten die strekken tot bescherming van eigendom naar delicten die strekken tot bescherming van bezit.
In de rechtspraak werden de vermogensdelicten al snel na de invoering van het Wetboek van Strafrecht vrij functioneel uitgelegd. Dat leidde tot verschuiving en vervloeiing van grenzen. De wens van de wetgever om de vermogensdelicten scherp van elkaar te onderscheiden verdween daarbij naar de achtergrond. De uitleg van het bestanddeel ‘wegnemen’ illustreert dat goed. Aanvankelijk was voor ‘wegnemen’ het enkele verplaatsen van een goed voldoende, maar al vrij snel werd geëist dat de dader zich de feitelijke heerschappij over het goed had verschaft of het goed aan de feitelijke heerschappij van de rechthebbende had onttrokken. Dat duidt niet zozeer op het verrichten van een handeling, maar meer op het veroorzaken van een gevolg. Daarbij valt op dat de te veroorzaken gevolgen van de onderscheidenlijke vermogensdelicten (deels) grote overeenkomsten vertonen. Het komt er in een groot deel van de gevallen op neer dat de dader zich de heerschappij over een goed heeft verschaft of het goed aan de heerschappij van de rechthebbende heeft onttrokken. De vermogensdelicten zijn aldus van delicten met vooral formele trekken veranderd in delicten met vooral materiële trekken.