Einde inhoudsopgave
Fiscale geheimhoudingsplicht: art. 67 AWR ontrafeld (FM nr. 168) 2021/5.2.2.4
5.2.2.4 Een vierde categorie?
Dr. B.M. van der Sar, datum 05-05-2021
- Datum
05-05-2021
- Auteur
Dr. B.M. van der Sar
- JCDI
JCDI:ADS285616:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Informatieverplichting
Invordering / Inlichtingenverplichting
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Voetnoten
Voetnoten
Hoofdstuk 3, par. 3.2.
Van Dale omschrijft taak als: “werk dat iemand is opgelegd, arbeid die verricht moet worden” (Van Dale, Groot woordenboek der Nederlandse taal (online, geraadpleegd op 8 november 2018)).
Art. 67 AWR werd juist als een van de weinige bepalingen gehandhaafd (Vergelijk: VV, Kamerstukken II 1989/90, 21 221, nr. 4, blz. 29, MvA, Kamerstukken II 1989/90, 21 221, nr. 5, blz. 44 en MvT, Kamerstukken II 1990/91, 22 061, nr. 3, blz. 78). Het zou alsdan op de weg van de wetgever hebben gelegen om uitleg te geven over de mogelijke ongelijke behandeling (inhoudingsplichtigen voor de loonbelasting zouden bijvoorbeeld alsdan, afhankelijk van de gekozen rechtsvorm (IB-onderneming of besloten vennootschap), onder de geheimhoudingsplicht van art. 2:5 Awb gaan vallen).
Zie uitgebreider: par. 3.10 hierna.
Belasting-, administratie- en inhoudingsplichtigen en derden zijn onderworpen aan de verplichtingen die voortvloeien uit de belastingwet. Zij voeren de belastingwet niet uit en zijn daardoor niet onderworpen aan art. 67 AWR.1 De vraag is echter of de reikwijdte van de onderworpen subjecten van art. 2:5 Awb niet ruimer is dan de fiscale bepaling en zij – voor zover het niet-natuurlijke personen betreffen – vallen onder de reikwijdte van art. 2:5, tweede lid, Awb. Hierin wordt immers de geheimhoudingsplicht ook voorgeschreven aan ‘instellingen en daartoe behorende of daarvoor werkzame personen die een bij of krachtens de wet toegekende taak uitoefenen’. Dient het voldoen aan (fiscale) verplichtingen te worden geschaard onder het begrip ‘bij of krachtens de wet toegekende taak uitoefenen’ van art. 2:5, tweede lid, Awb? Hoewel de term ‘toekennen’ niet op één lijn lijkt te liggen met het opleggen van een verplichting neigt het gebruik van het woord ‘taak’ juist wel weer naar een opgelegde verplichting.2 Hoewel een strikt grammaticale interpretatie hiervoor wellicht enige ruimte laat, lijkt dit nooit de bedoeling van de wetgever te zijn geweest.3 Hierbij dient te worden opgemerkt dat uit niets blijkt dat door de wetgever een uitbreiding voor de fiscaliteit zou zijn beoogd.4 Net als het onderscheid tussen de uitvoering van de belastingwet en het onderworpen zijn aan verplichtingen die voortvloeien uit de belastingwet bevestigt ook de uitbreiding in 2015 van de kring van onderworpen subjecten in art. 1:89, derde lid, Wft juist dat er een onderscheid is tussen het vervullen van een taak op grond van de wet en het bij de uitvoering ervan betrokken raken.5