Bedrijfsopvolging bij natuurlijke personen
Einde inhoudsopgave
Bedrijfsopvolging bij natuurlijke personen (FM nr. 141) 2013/3.4.5:3.4.5 Tarief en vrijstellingen
Bedrijfsopvolging bij natuurlijke personen (FM nr. 141) 2013/3.4.5
3.4.5 Tarief en vrijstellingen
Documentgegevens:
Dr. Y.M Tigelaar-Klootwijk, datum 01-09-2013
- Datum
01-09-2013
- Auteur
Dr. Y.M Tigelaar-Klootwijk
- JCDI
JCDI:ADS351605:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Pensioenaanspraken, lijfrenten periodieke uitkeringen kunnen overigens deze vrijstelling verlagen (art. 32, tweede lid, SW 1956).
In art. 32, eerste lid, ten vierde, onderdeel b, SW 1956 is een uitzondering opgenomen. De vrijstelling bedraagt voor kinderen dan € 58.604.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Met ingang van 1 januari 2010 zijn zowel de tarieven als de vrijstellingen1 in de SW 1956 gewijzigd. Voor de overgang van ondernemingsvermogen zal in de meeste gevallen gelden dat de verkrijger iemand is op wie tariefgroep 1 van toepassing is. Voor verkrijgingen door partners2 of kinderen tot een belaste verkrijging van € 118.254 geldt een tarief van 10%. Daarboven is het tarief 20%. In de overige gevallen is het percentage 30% respectievelijk 40% (art. 24 SW 1956). De partner heeft recht op een vrijstelling voor de erfbelasting van € 616.880.3 Voor kinderen en kleinkinderen is dit € 19.535 (art. 32, eerste lid, ten vierde, onderdelen a, c, en d, SW 1956).4
In art. 33 SW 1956 zijn vrijstellingen opgenomen voor de schenkbelasting. In het kader van dit onderzoek speelt alleen de in art. 33, ten vijfde, SW 1956 opgenomen vrijstelling een rol. Deze vrijstelling kan worden toegepast indien ouders aan kinderen schenken. De schenkingsvrijstelling kan verstoringen oproepen omdat het gedrag van belastingplichtigen door deze vrijstelling wordt beïnvloed. Belastingplichtigen kunnen overgaan tot schenking terwijl zij dit zonder vrijstelling niet hadden gedaan. Dit kan gecombineerd worden met het optimaal gebruikmaken van de eerste schijf in art. 24, eerste lid, SW 1956. Een beoordeling van deze faciliteit valt buiten het kader van dit onderzoek. Deze vrijstelling is toepasbaar op schenkingen in haar algemeenheid.
De in art. 35b SW 1956 opgenomen bedrijfsopvolgingsfaciliteit biedt een voorwaardelijke vrijstelling voor de verkrijging van ondernemingsvermogen. Toepassing van deze faciliteit kan er uiteindelijk toe leiden dat de belaste verkrijging beduidend lager is dan die zou zijn geweest zonder toepassing van de faciliteit. In hoofdstuk 5 wordt de bedrijfsopvolgingsfaciliteit getoetst aan de in paragraaf 1.4 opgenomen toetsingscriteria.