Einde inhoudsopgave
Platformisering, algoritmisering en sociale bescherming (MSR nr. 78) 2021/3.4.1
3.4.1 Inleiding
Hanneke Bennaars, datum 01-05-2021
- Datum
01-05-2021
- Auteur
Hanneke Bennaars
- JCDI
JCDI:ADS288386:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Sociale zekerheid algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
HR 8 april 1994, ECLI:NL:HR:1994ZC1322, NJ 1994/704, m.nt. PAS, r.o. 3.3.
HR 14 november 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2495, NJ 1998/149 (Groen/Schoevers) en HR 6 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1746, JAR 2020/287, m.nt. Said (Gemeente Amsterdam).
HR 14 november 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2495, NJ 1998/149 (Groen/Schoevers), r.o. 3.4.
HR 14 november 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2495, NJ 1998/149 (Groen/Schoevers), r.o. 3.4.
Rb. Amsterdam 23 juli 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:5183, JAR 2018/189, m.nt. Wiewel (Ferwerda/Deliveroo), Rb. Amsterdam 15 januari 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:198, JAR 2019/23, m.nt. Jovović & Zwemmer (FNV/Deliveroo), Rb. Amsterdam 1 juli 2019, ECLI:NL:RBAMS:20194546, JAR 2019/171, m.nt. Pronk (FNV/Helpling) en Hof Amsterdam 16 februari 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:392, JAR 2021/26, m.nt. Van der Neut, AR-updates 2021/171, m.nt. Bennaars.
HvJ EU 22 april 2020, C-692/19, ECLI:EU:C:2020:288, JAR 2020/145, m.nt. S. Said (Yodel).
Richtlijn 2003/88/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd (PbEU 200/3, L 299).
Zie over deze zaak in het kader van arbeidstijden ook hoofdstuk 4 van dit boek.
Independent Workers of Great Britain, een vakbond die zich richt op platformwerkers en andere al dan niet terecht als zelfstandigen gekwalificeerden.
Jones & Prassl 2017.
Art. 7:610 BW definieert de arbeidsovereenkomst: is sprake van (i) arbeid, (ii) verricht in dienst van een ander (iii) gedurende zekere tijd (iv) tegen loon, dan is er een arbeidsovereenkomst. Deze definitie is dwingendrechtelijk: is aan alle elementen van de definitie voldaan, dan is sprake van een arbeidsovereenkomst, ongeacht of partijen een arbeidsovereenkomst willen. De kwalificatie van de overeenkomst staat dus niet ter vrije beschikking van partijen. Naast deze wettelijke criteria volgt uit de jurisprudentie nog een aantal aanvullende gezichtspunten. Ten eerste is sinds het arrest Agfa/Schoolderman gemeengoed dat niet alleen hetgeen partijen overeenkomen zijn van belang is, maar ook de wijze waarop partijen in de praktijk uitvoering aan de overeenkomst geven.1 Ten tweede is de partijbedoeling bij de overeenkomst lang een gezichtspunt geweest; inmiddels heeft de Hoge Raad dat genuanceerd, waarover meer in paragraaf 4.2.2 Een derde relevant gezichtspunt is dat niet één enkel kenmerk beslissend is, maar dat de verschillende rechtsgevolgen die partijen aan hun verhouding hebben verbonden in onderling verband moeten worden bezien, gelet op alle relevante omstandigheden van het geval; ook wel bekend als de holistische weging.3 Ten slotte is in het Groen/Schoevers-arrest ook bepaald dat de maatschappelijke positie van partijen, met name in het licht van de onderhandelingen, een rol kan spelen bij de kwalificatie.4 Dit is vooralsnog niet door de Hoge Raad genuanceerd.
In deze paragraaf ga ik in op de vraag hoe de belangrijkste elementen uitpakken in het geval van platformwerkers. Ik betrek daarbij de Nederlandse uitspraken5 over de kwalificatie van platformwerkers die tot dusver zijn gewezen en, waar relevant, de Yodel-uitspraak6 van het Europees Hof van Justitie. Deze laatste zaak zag op de vraag of een Engelse pakketbezorger met een opdrachtovereenkomst moet worden gekwalificeerd als werknemer in de zin van de Arbeidstijdenrichtlijn.7 Hoewel strikt genomen geen sprake was van een platformwerker, vertoont de zaak voldoende gelijkenissen om er aandacht aan te besteden.8 De pakketbezorger werkte voor Yodel op basis van een ‘Courier Service Agreement’ waarin staat dat hij zelfstandig opdrachtnemer is. Hij gebruikt het scanapparaat van Yodel, verder gebruikt hij zijn eigen bestelbus en zijn eigen mobiele telefoon voor contact met Yodel. Vervanging is toegestaan en de bezorger hoeft pakketten niet aan te nemen en mag voor concurrenten werken. Bijgestaan door de vakbond IWGB9 spant de pakketbezorger een procedure aan en claimt ‘worker’ te zijn in de zin van de Engelse arbeidstijdenwetgeving. ‘Workers’ werken op basis van een ander contract dan een arbeidsovereenkomst, maar verrichten wel persoonlijk arbeid voor de wederpartij, tegen een beloning. Het grootste verschil in bescherming tussen ‘workers’ en ‘employees’ is dat ‘workers’ geen enkele ontslagbescherming genieten en geen verlofrechten zoals ouderschapsverlof hebben. Veel arbeidsrechtelijke regels zoals het minimumloon en het recht op doorbetaalde vakantie gelden ook voor workers.10