Einde inhoudsopgave
Het besluit van de rechtspersoon (VDHI nr. 162) 2020/IV.4.1
IV.4.1 Nietigheid of vernietiging
mr. K.A.M. van Vught, datum 20-11-2019
- Datum
20-11-2019
- Auteur
mr. K.A.M. van Vught
- JCDI
JCDI:ADS178798:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. HR 10 maart 1995, NJ 1995/595, m.nt. Maeijer (Janssen/Pers), Rb. Arnhem 26 maart 2008, JOR 2008/153, m.nt. Holtzer (Dimension Data Nederland) en HR 22 december 2009, JOR 2010/40, m.nt. Nowak (Hay Group).
Vgl. Hof Amsterdam 7 februari 2012, JOR 2012/76, m.nt. Blanco Fernández (Ajax).
Vgl. HR 15 september 1995, NJ 1996/139, m.nt. Maeijer (Stratenmakersbedrijf Kuijpers), HR 6 januari 2012, JOR 2012/75, m.nt. Verburg (Imeko) en Hof Arnhem-Leeuwarden 15 januari 2013, JOR 2013/331, m.nt. Bulten (Vernhout/NTI).
Vgl. HR 6 december 2013, JOR 2014/65, m.nt. Holtzer (Fortis/VEB).
Assink/Slagter 2013, § 17.7, p. 343 en Van Schilfgaarde/Schoonbrood, Winter & Wezeman 2017/98. Anders: Hof Den Haag 27 mei 2014, JOR 2014/292, m.nt. Nowak (Interpac), rov. 11 slot, maar daarin lijkt het hof de volmachtverlening bij direct extern besluit en de daarop steunende ontslagverlening door elkaar te halen.
Aan een besluit van een orgaan van een rechtspersoon kan om uiteenlopende redenen een gebrek kleven. In dat geval is het besluit nietig (art. 2:14 BW) of kan het door de rechter worden vernietigd (art. 2:15 BW). Ook kan de Ondernemingskamer een besluit vernietigen in het kader van een enquêteprocedure (art. 2:356 sub a BW).1 Binnen de categorie van besluiten met externe werking komen vooral procedures met betrekking tot een ontslagbesluit regelmatig voor. Niet zelden vernietigt de rechter een besluit tot ontslag van een bestuurder wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid (art. 2:8 BW), bijvoorbeeld omdat de hoorplicht niet is nageleefd.2 Ook aan andere externe besluiten kan een gebrek kleven. Te denken is aan een benoemingsbesluit genomen in een niet rechtsgeldig bijeengeroepen vergadering.3 Andere voorbeelden zijn een bezoldigingsbesluit afkomstig van een onbevoegd orgaan4 en een dechargebesluit genomen op basis van misleidende gegevens.5
Blijkens art. 2:16 lid 2 BW tast een gebrek in een extern werkend besluit niet alleen het besluit zelf aan. Als gevolg van de externe werking komt met het wegvallen van het besluit ook de vertegenwoordigingshandeling te ontbreken, die immers met het besluit samenvalt (directe werking) of daarvan afhankelijk is (indirecte werking).6 De gewezen bestuurder is dan steeds in functie gebleven, of aan een dividenduitkering ontvalt de rechtsgrond.