Eigendomsvoorbehoud
Einde inhoudsopgave
Eigendomsvoorbehoud (Rechtswetenschappelijke publicaties) 2018/6.1:6.1 Inleiding
Eigendomsvoorbehoud (Rechtswetenschappelijke publicaties) 2018/6.1
6.1 Inleiding
Documentgegevens:
E.F. Verheul, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
E.F. Verheul
- JCDI
JCDI:ADS397328:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie daarover reeds hoofdstuk 3, paragraaf 3.5.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op grond van lid 2 van artikel 3:92 BW kan het eigendomsvoorbehoud ook worden bedongen voor andere vorderingen dan de door de koper verschuldigde tegenprestatie (de koopprijs). Een dergelijk eigendomsvoorbehoud wordt in dit proefschrift omschreven als een verbreed eigendomsvoorbehoud, omdat het beding in horizontale richting wordt uitgebreid. Op zichzelf onderscheidt het verbreed eigendomsvoorbehoud zich niet wezenlijk van een gewoon (‘eenvoudig’) eigendomsvoorbehoud: er is sprake van een overdracht onder opschortende voorwaarde, zij het dat de voorwaarde wordt gevormd door de voldoening van ook andere prestaties. Daardoor kan de verkoper ook overgaan tot uitoefening van het eigendomsvoorbehoud indien de koper in gebreke blijft met de voldoening van deze andere prestatie(s). Hetgeen in dit proefschrift in het algemeen over het eigendomsvoorbehoud wordt opgemerkt, geldt daarmee in beginsel eveneens voor het verbreed eigendomsvoorbehoud.
Toch geeft de verbreding van het eigendomsvoorbehoud aanleiding tot bespreking van een aantal afzonderlijke vragen. In de eerste plaats rijst de vraag of de verkoper de eigendomsovergang ook afhankelijk kan maken van de voldoening van alle bestaande en toekomstige vorderingen die uit de rechtsverhouding tussen verkoper en koper zullen voortvloeien (zgn. kredieteigendomsvoorbehoud). Op de toelaatbaarheid van dit kredieteigendomsvoorbehoud, de mogelijke omvang en het einde van een dergelijk eigendomsvoorbehoud wordt ingegaan in paragraaf 6.3. In paragraaf 6.4 wordt vervolgens onderzocht in hoeverre partijen het eigendomsvoorbehoud verder kunnen verbreden door middel van een imputatiebeding. Daarnaast hangt een aantal bijzondere vragen ten aanzien van het verbreed eigendomsvoorbehoud samen met de bijzonderheid dat het verbreed eigendomsvoorbehoud een wederkerigheidsband in het leven roept tussen prestaties, die gewoonlijk niet tegenover elkaar staan.1 Het gaat daarbij om de vraag hoe de uitoefening van het eigendomsvoorbehoud voor andere vorderingen dan de koopprijs zich verhoudt tot de (ontbinding van de) koopovereenkomst (paragraaf 6.5) en in hoeverre bij de vraag of de verkoper overwaarde dient af te dragen aan de koper rekening kan en moet worden gehouden met de omstandigheid dat de koopprijs reeds volledig is voldaan (6.6). Voorafgaand daaraan wordt in paragraaf 6.2 stilgestaan bij de afbakening van het verbreed eigendomsvoorbehoud ten opzichte van het eenvoudig eigendomsvoorbehoud.