Einde inhoudsopgave
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/2.3.1.2
2.3.1.2 Praktische noodzaak en afhankelijkheid
Mr. dr. T.A. Cramwinckel, datum 29-07-2022
- Datum
29-07-2022
- Auteur
Mr. dr. T.A. Cramwinckel
- JCDI
JCDI:ADS661607:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Organisatie Belastingdienst
Voetnoten
Voetnoten
Bijv. Adriaansen-Keulers 1996, par. 4.3 en in 4.3.1.3; Spanjers 2020, par. 2.2.constateert dat de Belastingdienst voorlichting verstrekt ‘zodat belastingplichtigen beter geëquipeerd zijn om aan hun fiscale verplichtingen te voldoen’; vgl. Jaarverslag Nationale ombudsman over 2009, p. 107 over de afhankelijkheid van de burger van de overheid voor deskundigheid.
Happé 1996, p. 164. Zie ook Hofstra 1992, par. 12.2, p. 185.
Gribnau 2013a, p. 96-97 (geciteerd zonder voetnoten).
Gribnau 2018, p. 23: ‘Vaak is de burger voor zijn kennis van het toepasselijke belastingrecht afhankelijk van de Belastingdienst. Denk aan beleidsregels, voorlichtingsmateriaal en individuele informatieverschaffing die deze duidelijkheid moeten bieden.
Happé 1996, p. 177, 164, 114.
Poelmann, in: Cursus Belastingrecht FBR.4.3.3.0 (bijgewerkt tot 12 december 2021).
Feteris 2007, p. 65. Zie ook aangehaalde literatuur verderop.
Bovendien wordt in de fiscale literatuur voor het bestaan van de voorlichtende taak gewezen op de zijde van de burger, te weten de noodzaak van voorlichting voor burgers.1 Zo meent Happé dat uitgebreide voorlichting door de Belastingdienst vanwege het gecompliceerde belastingrecht ‘voor vele belastingplichtigen onontbeerlijk en van groot belang [is] om de weg te vinden in het fiscale recht’.2 Gribnau betoogt dat de complexiteit van het fiscale stelsel een bijzondere verantwoordelijkheid legt bij de Belastingdienst:
‘De nog steeds toenemende complexiteit van het belastingrecht betekent dat veel burgers afhankelijker worden van de voorlichting en dienstverlening van de Belastingdienst. Burgers met een zeer beperkte fiscale deskundigheid kunnen in het algemeen de belastingwet zelf niet begrijpen, en moeten dus vertrouwen op de informatie die de Belastingdienst daarover verstrekt. De Belastingdienst heeft een bijzonder[e] verantwoordelijkheid om deze burgers te helpen bij het nakomen van hun fiscale plichten – zeker gezien de vaak stevige sancties die burgers riskeren indien zij hun fiscale verplichtingen niet nakomen.”3
Juist omdat burgers vaak afhankelijk zijn van de Belastingdienst voor hun kennis van het toepasselijke belastingrecht, heeft de Belastingdienst volgens Gribnau de taak om via onder andere voorlichtingsmateriaal, standpunten en beleidsregels duidelijkheid te geven.4
In de literatuur wordt de praktijk waarin de Belastingdienst op ruime schaal voorlichting geeft bovendien gerelateerd aan eigen opvattingen van de Belastingdienst. Volgens Happé vinden zowel algemene voorlichting als op verzoek verstrekte inlichtingen ‘hun grond in het belang dat de belastingadministratie hecht aan een goede voorlichting aan het publiek over het vaak zeer ingewikkelde fiscale recht’.5 Ook Poelmann meent dat voorlichting van de Belastingdienst zijn grond vindt ‘in het belang dat van overheidswege wordt gehecht aan een goede voorlichting omtrent het vaak zeer ingewikkelde belastingrecht.’6 Volgens Feteris mag een dergelijke behulpzame opstelling ook van de overheid – en specifieker: de Belastingdienst – worden verwacht.7
Bovenstaande opvattingen laten tegelijkertijd goed zien dat de praktische noodzaak van voorlichting beslist een principiële kant heeft (paragraaf 2.3.2).