Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/5.9.3
5.9.3 Artikel 4.8 lid 1 BBW: derdenbescherming
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859299:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Barbaix 2018, p. 437 en Barbaix & Verbeke, RW 2012-13/nr. 30, p. 1167.
Parl.St. Senaat 2010/11, nr. 5-550/1, p. 6. De wetgever wijst hierbij nog op een aantal beschermende bepalingen die in sommige gevallen uitkomst konden bieden alsmede dat de theorie van de schijnerfgenaam steeds meer werd aanvaard. Met de invoering van art. 4.8 lid 1 BBW worden de rechten van derden te goeder trouw nadrukkelijk geregeld.
Barbaix 2018, p. 437, Barbaix & Verbeke, RW 2012-13/nr. 30, p. 1167, Barbaix & Verbeke, TEP 2013/3, p. 25 en Casman 2013, p. 25.
Barbaix 2018, p. 437, Barbaix & Verbeke, RW 2012-13/nr. 30, p. 1167 en Barbaix & Verbeke, TEP 2013/3, p. 25.
Artikel 4.8 lid 1 BBW is ingevoerd bij de hervorming in 2012. Sindsdien is in de wet opgenomen dat geen afbreuk wordt gedaan aan rechten van derden die te goeder trouw handelden. De goede trouw wordt daarbij vermoed aanwezig te zijn (art. 3.22 BBW).1
Het artikel is toegevoegd om nadelige gevolgen voor derden weg te nemen. Een onwaardige wordt geacht nimmer erfgenaam te zijn geweest. Alle rechtshandelingen die een onwaardige met betrekking tot nalatenschapsgoederen heeft verricht, moeten als onbestaand worden beschouwd, hetgeen nadelig is voor de rechtszekerheid.2 Hierbij wordt door de Belgische wetgever nog verwezen naar het Nederlandse artikel 4:3 lid 2 BW dat bepaalt dat rechten door derden te goeder trouw verkregen voordat de onwaardigheid is vastgesteld, worden geëerbiedigd.3
Derden te goeder trouw kunnen op grond van artikel 4.8 lid 1 BBW hun verkregen rechten behouden. De onwaardige dient de waarde te vergoeden aan de erfgenamen. De erfgenamen kunnen geen terugvordering in natura eisen ten nadele van derden te goeder trouw.4 Dat brengt mee dat voortaan het risico van de beschikkingsdaden of insolvabiliteit van de onwaardige bij de erfgenamen ligt en niet langer bij derden te goeder trouw.5
In de kern komt de Belgische regeling van derdenbescherming overeen met het Nederlandse artikel 4:3 lid 2 BW. Derden te goeder trouw verdienen bescherming waarbij verder betekenis wordt gehecht aan de waarde van het goed.