Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/4.29
4.29 Onderwijs in het recht: Degenkamp en Van Dijck 1991
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977016:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
J.Th. Degenkamp, ’Recht in het algemeen voortgezet onderwijs; waarom en in welke mate’, TEO 1991, 4, p. 94-96.
Ibid., p. 95.
Faillissement en surséance van betaling waren bij handelsrecht vereist.
Vgl. Sectie bedrijfseconomie havo/vwo, ‘Hernoemen van economie II en handelswetenschappen tot bedrijfseconomie op vwo/havo en recht ontkoppelen’, TEO 1991, 6, p. 161.
H. van Dijck, ‘Wat komt er terecht van het recht?’, TEO 1991, 7/8, p. 193-196.
Ibid., p. 193.
Ibid., p. 194.
Ibid., p. 195.
Ibid., p. 196.
Ibid., p. 196.
Vgl. J.Th. Degenkamp, ‘Onderwijs in het recht verwaarloosd terrein’, De Volkskrant 19 oktober 1976.
Degenkamp: recht uit de verdomhoek
Lange tijd is het stil aan het front van het vak recht op vwo/havo, ook na het verschijnen in 1984 van Esmeijers artikel Wie is er bang voor staatsinrichting en recht? De stilte duurt tot 1991. Dan probeert hoogleraar Degenkamp met zijn bijdrage Recht in het algemeen voortgezet onderwijs; waarom en in welke mate de geesten rijp te maken voor de verbetering van de positie en curricula van het vak recht. De argumenten put hij uit eigen ervaring, zoals ‘het rechtsanalfabetisme van de meeste Nederlanders met een grote mond’.1 De oorzaak hiervan ziet hij eenvoudig aangewezen: ‘Recht staat in het a.v.o. al jaren in de verdomhoek, terwijl men zou veronderstellen dat ieder het dom vindt burgers onwetend te houden. Zo nu en dan is geprobeerd hieraan iets te doen’.2
Degenkamp oppert opnieuw de mogelijkheid om recht als apart vak vast te leggen, onder de voorwaarde dat leerlingen niet tot ‘een juridische vak-hengst/merrie in wording’ verworden. ‘Dat impliceert geenszins het volgen van modetrends’, stelt hij, maar wel het vermijden van ‘juridisch-technische flauwekul’, zoals de homologatie van een faillissementsakkoord.3 De ‘natuurlijke twee-eenheid’ economie en recht is gegroeid, maar niet voor de eeuwigheid’.4 Degenkamp beschouwt een inleiding in het Europees recht en het Nederlandse rechtssysteem, waarbij zowel macro- als micro-aspecten de aandacht krijgen en waarna de basiskennis van het Nederlandse rechtssysteem een differentiatie volgt als optimale invulling van het curriculum van recht. Bij voorkeur juristen dienen een onderwijsbevoegdheid te krijgen voor het vak recht. Ze kunnen dan ‘een van de laatste ‘vrijplaatsen’ op vwo/havo opruimen’: Noblesse oblige!
Van Dijck: legitimiteit van het vak recht lijkt zoek
In Wat komt er terecht van het recht? stelt docent Van Dijck de vraag naar de legitimiteit (legitimatie.W) van het rechtsonderwijs op vwo/havo.5 ‘Het heeft een marginale positie en er wordt niet opgeleid tot juridisch mondige burgers’, schrijft hij, die het verloren gaan van de vormende waarde en het praktische nut van het recht betreurt en dit geen goede gang van zaken vindt: ‘Met de wijze waarop het recht aan bod komt, is veel mis: de stukjes recht vormen een onsamenhangend geheel.’ Bovendien staan er de nodige juridische fouten en onnauwkeurigheden in de (bedrijfs)economische leerboeken. Het is hem (en mij) niet ontgaan dat ‘elementaire begrippen niet of verwarrend zijn gedefinieerd’.6 In de leerboeken is de monarchie met een zekere hardnekkigheid als staatsvorm aangetroffen. Op deze en andere constitutionele onzuiverheden in leerboeken kom ik in par. 7.8 terug. Door het ontbreken van een inleiding in het recht missen leerlingen het kader, waardoor recht ‘een nietszeggend onderdeel blijft, wat versterkt wordt door het overnemen van wetten’.7 Waardoor hij auteurs zich op glad ijs zag begeven met het kiezen voor veilige wettelijke omschrijvingen.
Recht als apart vak of geïntegreerd in bijvoorbeeld biologie (milieurecht)
Van Dijck denkt evenals Degenkamp deze problematiek te kunnen oplossen door het invoeren van een apart vak recht dat veel meer tot zijn recht komt als deel van het dagelijks leven, of het nu gaat over politiek, koopovereenkomsten, belastingen of uitkeringen. Hij ziet het vak graag in handen van niet-juristen, ´want de academische benadering van het recht kan leerlingen beter bespaard blijven´.8 Zo kan recht integreren bijvoorbeeld met biologie (milieuwetten): ‘Het onderwijs in recht moet praktisch en casusoplossend zijn’.9 De inleiding is onder te brengen bij maatschappijleer, waardoor ‘het juridisch analfabetisme wordt beperkt. De basiskennis past goed bij maatschappijleer als vorming tot mondige burgers. De sociaalwetenschappers zijn ‘uitstekend’ in staat om recht te geven’, aldus Van Dijck.10
Juristen hebben het laten afweten bij hun middelbare schoolpendant recht
Verder ben ik geen bijdragen over recht op vwo/havo op het spoor gekomen. Juristen hebben weinig oog gehad voor hun middelbare schoolpendant.11 Ook het discours over de invoering van burgerschap met mensenrechteneducatie in de Wpo, Wec en Wvo is door hen tot heden (2023) nauwelijks gevoerd.