Verlofstelsels in strafzaken
Einde inhoudsopgave
Verlofstelsels in strafzaken (SteR nr. 37) 2018/2.4.a:2.4.a Ambiguïteit omarmen
Verlofstelsels in strafzaken (SteR nr. 37) 2018/2.4.a
2.4.a Ambiguïteit omarmen
Documentgegevens:
mr. G. Pesselse, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
mr. G. Pesselse
- JCDI
JCDI:ADS608319:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Woordenboek Van Dale (online).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De eerste oplossing voor de verwarring over het begrip verlofstelsel bestaat erin de meerzinnigheid van dat begrip als het ware te omarmen en de verschillende betekenissen ervan als zodanig centraal te stellen. Waarom toch proberen een definitie van ´het´ verlofstelsel te geven, als daaronder zoveel verschillende voorzieningen in hoger beroep en cassatie worden geschaard? Waarom moet worden gediscussieerd in termen van een ‘verlofstelsel’, als de discussie ook veel concreter en preciezer kan gaan over: verkorte motivering, afdoening zonder openbare zitting, niet-ontvankelijkverklaring als discretionaire bevoegdheid, onvolledige behandeling van of beraadslaging over het beroep, gedifferentieerde afdoening voor evident ongegronde beroepen en combinaties hiervan. Deze oplossing sluit aan bij de bevinding dat in de literatuur vaak adjectieven aan het begrip verlofstelsel worden gekoppeld (sterk, zwak, vrij, gebonden, positief, negatief, verkapt), en verlost de discussie van een te abstract en ambigu begrip, zo kan worden betoogd.
Toch bevredigt deze oplossing niet helemaal. Hoewel het mij wenselijk lijkt de discussie over verlofstelsels precies te voeren, en vooral te debatteren over de concrete kenmerken van enig verlofstelsel (wel of geen standaardmotivering, wel of geen zitting etc.), is het nu eenmaal een feit dat in het debat over de vormgeving van gewone rechtsmiddelen het begrip verlofstelsel wordt gebruikt. Ik heb niet de illusie dat van dat begrip afscheid zal worden genomen, dat er een soort verbod onder juristen komt op het gebruik van het woord ‘verlofstelsel’. De oplossing het begrip verlofstelsel niet meer te gebruiken lijkt mij dus niet realistisch. Bovendien is het een verarming van het debat. In veel gevallen wordt namelijk met het woord ‘verlofstelsel’ niet één bijzonder kenmerk van de rechtspleging in hoger beroep of cassatie aangeduid (standaardmotivering, schriftelijke behandeling etc.), maar een combinatie van verschillende bijzonderheden. Niet voor niets bevat de term ‘verlofstelsel’ het woord ‘stelsel’, dat ‘geheel van bij elkaar horende zaken’ betekent.1 Het lijkt mij dus wenselijk ten eerste het woord ‘verlofstelsel’ te blijven gebruiken en dat woord ten tweede in zeer abstracte zin te begrijpen als een voorziening met meer dan één essentieel kenmerk.