Einde inhoudsopgave
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/6.1
6.1 Inleiding
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef, datum 01-12-2021
- Datum
01-12-2021
- Auteur
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef
- JCDI
JCDI:ADS633689:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Persoonsgebonden aftrek
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Aangezien de Hoge Raad de termen algemeen belang en algemeen nut door elkaar gebruikt, doe ik dit ook in dit hoofdstuk.
Zie voor een uitgebreide bespreking van de anbi-regeling o.a.: Van Bakel & De Wijkerslooth-Lhoëst 2020, par. 2.3 en hoofdstuk 3 en 4; Hemels, NDFR, commentaar bij artikel 5b AWR en Albregtse 2021 in Cursus Belastingrecht IB.6.9.4.
Besluit van 19 december 2014, Stcrt. 2014, 36877.
Voorheen was de definitie opgenomen in de SW 1956 en de Wet IB 2001.
In dit hoofdstuk en het volgende hoofdstuk ligt de focus op de vraag of rsli’s ten opzichte van andere algemeen nut1 beogende instellingen (anbi’s) of ten opzichte van elkaar fiscaal anders worden behandeld. Aangezien veel van de specifieke fiscale regels samenhangen met de anbi-status, bespreek ik in dit hoofdstuk de anbi-regeling, voor zover die van belang is voor mijn onderzoeksvraag.
Zodra de Belastingdienst de anbi-status aan de instelling via een beschikking toekent, komen zowel de instelling als haar begunstigers in aanmerking voor diverse fiscale voordelen. Zo is de verkrijgende instelling vrijgesteld van schenk- of erfbelasting voor ontvangen donaties en erfrechtelijke verkrijgingen. Verder is een uitkering die een anbi in het algemeen belang doet vrijgesteld van de schenkbelasting. Ook kunnen haar donateurs gebruik maken van de giftenaftrek in de inkomsten- en vennootschapsbelasting, waardoor de verkrijgende instelling meer en hogere giften kan ontvangen. De anbi-beschikking vormt een constitutief vereiste voor de anbi-status: zonder die beschikking is er geen sprake van een anbi. Het spreekt voor zich dat voor het verkrijgen en behouden van deze anbi-status bepaalde voorwaarden gelden.
De anbi-regeling is opgenomen in artikel 5b AWR en artikel 1a tot en met 1e Uitv.reg. AWR 1994.2 Daarnaast zijn sommige vereisten nader uitgewerkt in het zogenoemde Giftenbesluit.3 De definitie van de anbi is opgenomen in de AWR,4 omdat de definitie in meerdere belastingwetten gebruikt wordt.5 De definitie is van belang voor alle rijksbelastingen die naar het begrip anbi verwijzen, namelijk de inkomstenbelasting, loonbelasting, vennootschapsbelasting, schenk- en erfbelasting, energiebelasting en overdrachtsbelasting. De fiscale faciliteiten in deze belastingen, waarin de link met de anbi-status wordt gelegd, komen in het volgende hoofdstuk aan de orde. De AWR omschrijft de anbi als een instelling die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beoogt, haar gegevens op elektronisch wijze via internet openbaar maakt, aan voorwaarden voldoet die vastgelegd zijn in een ministeriële regeling, gevestigd is in het Koninkrijk, in een andere EU-lidstaat of in een bij ministeriële regeling aangewezen staat en door de belastinginspecteur als anbi wordt aangemerkt (art. 2, lid 3, onderdeel m AWR jo. art. 5b, lid 1, onderdeel a AWR).
Van elk relevant onderdeel van de anbi-regeling geef ik eerst een korte algemene uiteenzetting en onderzoek ik vervolgens of en zo ja hoe rsli’s daarin fiscaal afwijken van andere anbi’s en van elkaar. Daarna toets ik of er voor een eventueel onderscheid een rechtvaardiging bestaat.