Beheer van familievermogen door middel van certificering
Einde inhoudsopgave
Beheer van familievermogen door middel van certificering (AN nr. 185) 2024/2.5.4:2.5.4 Rol van adviseur bij keuzes
Beheer van familievermogen door middel van certificering (AN nr. 185) 2024/2.5.4
2.5.4 Rol van adviseur bij keuzes
Documentgegevens:
mr. A.M. Steegmans, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
mr. A.M. Steegmans
- JCDI
JCDI:ADS957973:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De rol van de adviseur bij de keuze kan niet als element van een beheerstructuur worden beschouwd. Deze rol blijkt echter in sommige gevallen wel van belang voor de keuze voor een beheerstructuur en wordt daarom op deze plek behandeld. Uit de interviews kan worden afgeleid dat de adviseur in sommige gevallen, bewust of onbewust, een rol speelt bij de keuze voor een bepaalde beheerstructuur. Dit volgde impliciet uit de inventariserende interviews die zijn gehouden. Een notaris geeft bijvoorbeeld het volgende aan:
“(…) sinds we ook de flex-BV hebben, met stemrechtloze aandelen, dat slaat helemaal niet aan. Dat wordt misschien ook een beetje door mij gevoed. Bij certificering heb je een recht en met dat recht kun je wat doen. Als je dat stemrecht niet hebt, kun je er ook niets mee doen. Volgens mij is het ook los van mij, wat ik wel hoor van collega’s….het spreekt niet echt aan.”
In latere interviews is de vraag naar de rol van de adviseur bij keuzes explicieter gesteld. Dat leidde in meerdere gevallen tot een antwoord waaruit blijkt dat de adviseur in elk geval enige invloed heeft bij de keuze. Zie bijvoorbeeld de volgende opmerking van een estate planner:
“Ze komen blanco binnen en ze vertrouwen erop van ok, als u dat zegt. U heeft erover nagedacht en u heeft ervoor doorgeleerd. Dan zal het wel goed zijn.”
Ook volgt uit antwoorden dat sommige beheerstructuren niet worden ingezet, vanwege het feit dat de professional geringe ervaring heeft met een bepaalde structuur. De volgende opmerking van een notaris laat dit zien:
“Maar ik denk ook wel dat een groot deel waarom niet op grote schaal wordt geadviseerd, gewoon onbekendheid is, van nou, onbekend maakt onbemind.”
Omgekeerd lijkt gezegd te kunnen worden dat sommige beheerstructuren sneller worden geadviseerd op het moment dat de notaris, estate planner of adviseur veel ervaring met de structuur heeft. Een estate planner geeft hierover aan:
“Het is (…) niet juridisch en niet in de literatuur geboekstaafd wat ik je nu vertel, maar fonds voor gemene rekening is met name een speeltje voor fiscalisten. En de civilisten grijpen dan direct naar de certificering.”
Als er onduidelijkheden zijn in de fiscale of civiele rechtsgevolgen van een bepaalde beheerstructuur, dan is dat voor sommige professionals ook een reden om die figuur niet te adviseren. De mogelijkheden voor een stichtingsbestuur tot het al dan niet kunnen uitkeren van gelden aan familieleden is daarvan een voorbeeld. Zie hiervoor paragraaf 2.4.4.
Uit de interviews komt ook naar voren dat er verschil van mening bestaat over de rol die de verschillende soorten professionals spelen, of zouden moeten spelen, in het proces om tot een beheerstructuur te komen. Achtereenvolgens komen hierover een notaris en een estate planner aan het woord:
“Ik zeg altijd als we het hebben over estate planning en over dit soort situaties dan is de notaris gewoon de beste adviseur, omdat de notaris vaak de mensen uit een bredere setting kent, weet hoe ze in het leven staan, waar ze mee om kunnen gaan, waar ze niet mee om kunnen gaan en niet als techneut vanuit bankiersoptiek, vanuit fiscale optiek of vanuit accountantsoptiek kijken. (…) Je hebt een holistische mensvisie die ziet dus de hele mens functioneren in zijn sociale context.”
“Maar ik denk dat wij als estate planners, als je het zo moet zeggen: (…) wij kijken meer vanuit het belang van de klant en dan pas naar het fiscale en het juridische. En de notaris kijkt vaak naar het juridische, slaat soms het fiscale over en gaat dan naar de wensen over. En ja, dan heb je de verkeerde volgorde. En het juridische is het sluitstuk van die andere facetten.”
Uit bovenstaande opmerkingen blijkt dat beide respondenten van mening zijn dat zij vanuit hun vakgebied het volledige proces om tot een beheerstructuur te komen kunnen voltooien. Uit andere interviews komt ook naar voren dat de verschillende soorten beroepsbeoefenaars elk een eigen, soms deels met elkaar overlappende, rol vervullen in het totstandkomingsproces. De volgende opmerking van een estate planner geeft dit weer:
“Wij maken uiteraard geen testamenten. Wij instrueren ook geen notarissen hoe ze dat moeten doen. Omdat ons kennisniveau gewoon niet voldoende is en wij schoenmakers zijn die graag bij onze eigen leest blijven. Maar wij geven wel suggesties als wij gerichte vragen krijgen (…). Om zeg maar ook met wat voorzetjes iemand naar een notaris te sturen van joh, ga eens met een notaris praten, breng dit eens ter sprake, breng dat eens ter sprake.”
Nader onderzoek op dit punt is nodig om te kunnen bepalen of bovenstaande bevindingen uit deze interviews meer algemeen gelden. Er zou verder onderzocht kunnen worden of er een verband kan worden gevonden tussen beheerstructuren die in theorie wel als mogelijkheden naar voren komen, maar in de praktijk niet worden gebruikt, en de kennis en ervaring die met betrekking tot die structuren in de praktijk aanwezig is. Nader onderzoek op dit gebied valt buiten het bereik van dit onderzoek.