Beheer van familievermogen door middel van certificering
Einde inhoudsopgave
Beheer van familievermogen door middel van certificering (AN nr. 185) 2024/2.5.1:2.5.1 Economisch belang binnen familie houden of, gedeeltelijk, buiten familie brengen
Beheer van familievermogen door middel van certificering (AN nr. 185) 2024/2.5.1
2.5.1 Economisch belang binnen familie houden of, gedeeltelijk, buiten familie brengen
Documentgegevens:
mr. A.M. Steegmans, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
mr. A.M. Steegmans
- JCDI
JCDI:ADS958067:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij de keuze voor een beheerstructuur is, zeker bij continuïteit als motief, een belangrijke vraag in hoeverre de rechthebbende van het vermogen er bezwaar tegen heeft dat het economisch belang bij het vermogen of vermogensbestanddeel buiten de familie wordt gebracht. Een adviseur verwoordt dat als volgt:
“(…) er is eigenlijk altijd maar één vraag: Gaan we het in de dode hand brengen? Gaan we het gewoon echt in een stichting schenken? (…) Of wil je dat het bij de volgende generatie blijft?”
Er lijkt als het ware sprake van een T-splitsing waarbij de ene kant leidt naar beheerstructuren waarbij het economisch belang in de familie blijft en daarmee de mogelijkheid blijft bestaan dat de familieleden in beginsel kunnen besluiten om van het economisch belang gebruik te kunnen maken. De andere kant leidt dan automatisch naar beheerstructuren waarbij het economisch belang buiten de familie wordt gebracht. In sommige gevallen lijkt dat voor de continuïteit van het vermogensbestanddeel de betere optie van de twee. Een adviseur geeft het volgende voorbeeld:
“Je hebt een familieportretten galerij. Ja, wat kan het waard zijn? (…) Daar kunnen hele grote namen in zitten. Dus dat kan ook miljoenen waard zijn. Wat is de bedoeling? Ja, je wil natuurlijk het liefst dat die familieportrettengalerij bewaard blijft. Liefst op kasteel zus en zo. Dus dan kun je zeggen van ok, als we dat in de dode hand brengen, dan is dat voor eeuwig buiten de heffing van erfbelasting. (…) En je weet ook dat het altijd op het kasteel zal blijven hangen. Dus hoe erg is het dat het in een dode hand zit?”
Ondanks dat het in sommige gevallen voor de continuïteit van het vermogensbestanddeel zelf beter lijkt dat het economisch belang buiten de familie wordt geplaatst, vinden sommige rechthebbenden het lastig om deze keuze te maken. Vooral het idee dat ze in beginsel niet meer kunnen beschikken over het vermogen of het kunnen nalaten kan als een nadeel worden ervaren. Een estate planner geeft hierover aan:
“Vaak is dat gevoelsmatig de grootste hobbel. Waar de juridische schil zit daar voelen ze niks van, daar merken ze niks van als het economisch nog van hen is en ze de zeggenschap nog maar hebben, dat geeft een veilig gevoel. Mensen hebben altijd zoiets van, ik heb het nu niet nodig, maar wie weet als ik het ooit een keer weer nodig heb, hoe krijg ik het dan weer terug?”