De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/2.3.2.3:2.3.2.3 Vertrouwen
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/2.3.2.3
2.3.2.3 Vertrouwen
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949519:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vertrouwen in de beroepsgroep en haar beroepsbeoefenaren, door de samenleving en de individuele cliënt, is volgens Mackor onontbeerlijk voor de beroepsgroep en beroepsbeoefenaar die autonoom bepaalde algemene belangen behartigt.1 Van hen wordt verwacht dat zij zich inzetten voor deze belangen, terwijl of zij dit daadwerkelijk doen voor de samenleving moeilijk te controleren is. De beroepsbeoefenaren zijn immers doorgaans experts op een bepaald gebied, terwijl individuele cliënten en de samenleving een kennisachterstand hebben. Hierdoor dient de beroepsgroep vertrouwen te verwerven om de benodigde autonomie te verkrijgen en te behouden.
Op het niveau van de individuele cliënt is vertrouwen van belang omdat deze cliënt zich doorgaans tot de professional wendt, omdat hij een bepaald probleem heeft. De cliënt is daardoor kwetsbaar. Hij heeft immers weinig ervaring met de dienstverlening en kan moeilijk inschatten of de beroepsbeoefenaar goed werk verricht.2 Daarnaast verkeert de cliënt, zoals een patiënt of leerling, zich vaak in een afhankelijkheidsrelatie ten opzichte van de beroepsbeoefenaar. Denk bijvoorbeeld aan de patiënt die een medische behandeling door een arts moet ondergaan. De patiënt vertrouwt erop dat de arts de kennis en de bedoeling heeft om in zijn belang de medisch juiste keuzes te maken. Zonder dit vertrouwen zal de patiënt de medische behandeling niet ondergaan.
De autonomie van de beroepsgroep en de beroepsbeoefenaar en het vertrouwen dat de individuele cliënt en de samenleving in hen stellen, staan op gespannen voet met elkaar.3 De beroepsgroep en de beroepsbeoefenaar moeten het vertrouwen dat zij hebben gekregen om autonoom fundamentele algemene belangen te behartigen, blijven bewijzen. Bij ieder incident of elke fout die naar buiten komt, zal een roep ontstaan om nadere regelgeving, verscherpt toezicht of disciplinaire maatregelen. Deze maatregelen beperken de autonomie van zowel de goedwillende als de kwaadwillende professionals. Om te voorkomen dat deze maatregelen van overheidswege opgelegd worden kan de beroepsorganisatie overgaan tot zelfregulering, bijvoorbeeld door het opleggen van een professionele standaard.