Wilsdelegatie in het erfrecht
Einde inhoudsopgave
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/II.5.4.3.1:II.5.4.3.1 Inleidend
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/II.5.4.3.1
II.5.4.3.1 Inleidend
Documentgegevens:
mr. N.V.C.E. Bauduin, datum 09-09-2014
- Datum
09-09-2014
- Auteur
mr. N.V.C.E. Bauduin
- JCDI
JCDI:ADS622306:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Parl. Gesch. Boek 6, p. 895. Zie ook Parl. Gesch. Boek 3, p. 1123. Zie ook paragraaf 2.2.2.4 ‘Bepaaldheidsvereiste’.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Deze (paragraaf 5.4.3) en de volgende paragrafen (paragraaf 5.4.4 en 5.4.5) zien op de last die een verkrijging beoogt te bewerkstelligen (de vermogensrechtelijke last). Wanneer ik hierna spreek van ‘de last’, doel ik derhalve steeds op de last die tot een verkrijging leidt. In hoeverre kan een ander bepalen wie op grond van een last iets kan verkrijgen? Deze vraag staat hierna centraal.
Hierbij dient telkens te worden gerealiseerd dat, ondanks dat de last geen vorderingsrecht tot nakoming inhoudt, voor de last wel het bepaaldheidsvereiste geldt. De last is immers een uiterste wilsbeschikking, ofwel een eenzijdige rechtshandeling (vgl. art. 4:42 lid 1 BW). En het bepaaldheidsvereiste geldt voor alle rechtshandelingen, dus ook voor alle uiterste wilsbeschikkingen.1