Einde inhoudsopgave
Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen (VDHI nr. 147) 2018/5.2.1
5.2.1 Kenmerken van de optie
mr. R.A.F. Timmermans, datum 01-10-2017
- Datum
01-10-2017
- Auteur
mr. R.A.F. Timmermans
- JCDI
JCDI:ADS351939:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Blei Weissmann, GS Verbintenissenrecht 2012, art. 6:219 BW, aant. 114 en de aldaar aangehaalde literatuur.
Asser/Mijnssen, De Haan & Van Dam 3-I (2006), nr. 2.
Verdam, Opties, WPNR 3909 (1945), p. 269.
Parlementaire Geschiedenis Boek 3 BW 1981, p. 314.
Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-III* 2010, nr. 92, Asser/Hijma 7-I* 2013/184.
Blei Weissmann, GS Verbintenissenrecht 2010, art. 6:219, aant. 255 en de aldaar aangehaalde literatuur. Anders: Asser/Rutten 4-II (1982), p. 58 en Mijnssen (inaug. rede) 1979, p. 14, die de optie als een voorovereenkomst beschouwen.
Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-III* 2010/93 onderdeel a.
Verdam, Opties, WPNR 3909 (1945), p. 270.
Verdam, Opties, WPNR 3909 (1945), p. 270.
Asser/Hijma 7-I* 2013/187, Brahn/Reehuis, Zwaartepunten van het vermogensrecht, Deventer: Kluwer 2010, nr. 228.
Onder optie wordt in het verbintenissenrecht verstaan het niet door een eventuele herroeping aantastbaar wilsrecht van de gerechtigde om door een enkele tijdige uitoefening (aanvaarding van het in de optie besloten liggende aanbod) de (beoogde) overeenkomst tot stand te brengen.1 Een optie kenmerkt zich aldus door drie aspecten. Het is een aan de optiegerechtigde toegekend wilsrecht, dat onherroepelijk is en waarvan de enkele uitoefening van het wilsrecht tot een overeenkomst leidt tussen de optiegerechtigde en de optieverlener. Ik stel deze drie kenmerken hieronder nader aan de orde.
Een wilsrecht houdt in de bevoegdheid om door een wilsverklaring al dan niet gepaard gaande met een rechterlijke uitspraak een nieuwe rechtstoestand te scheppen.2 Door de enkele aflegging van de wilsverklaring wordt de nieuwe rechtstoestand geschapen. Aflegging van die wilsverklaring is geen verplichting voor de optiegerechtigde; optie betekent vrije keuze.3 Met het optierecht kan een vorderingsrecht of zakelijk recht in het leven geroepen worden.4 Het tweede kenmerk is dat de optie onherroepelijk is. In de literatuur spreekt men over het algemeen van een onherroepelijk aanbod conform de (uitleg)regel van art. 6:219 lid 3 BW.5 Dat betekent dat de optieverlener gebonden is, ook al zou hij het in de optie vervatte aanbod hebben herroepen. Het derde kenmerkende element is dat door uitoefening van het optierecht de beoogde overeenkomst tussen optieverlener en optiegerechtigde tot stand komt. Daarmee onderscheidt de optie zich van een voorovereenkomst, een pactum de contrahendo.6 Het pactum de contrahendo is een meerzijdige obligatoire overeenkomst waarbij partijen zich verbinden om een overeenkomst tot stand te brengen, waarvan de inhoud althans in hoofdlijnen voldoende bepaald of bepaalbaar is.7 De overeenkomst ontstaat eerst nadat de partijen daarvoor toestemming hebben gegeven. Een pactum de contrahendo kan ook eenzijdig bindend zijn, in welk geval één van de partijen de verplichting op zich heeft genomen om die tweede overeenkomst aan te gaan.8 Dat de optie niet als een meerzijdig pactum de contrahendo beschouwd kan worden blijkt uit het feit dat de optiegerechtigde niet verplicht is om de overeenkomst aan te gaan.9 Bovendien ligt de toestemming van de optieverlener reeds besloten in de optieverlening.10 De optie kan evenmin als een eenzijdig bindend pactum de contrahendo worden aangemerkt, omdat het pactum de contrahendo tot rechtstreekse doel heeft het sluiten van een nadere overeenkomst.11 Wanneer die overeenkomst niet tot stand komt, heeft de voorovereenkomst haar doel gemist. Het doel van de optie daarentegen is beperkter en reikt niet verder dan het openen van een mogelijkheid om tot een nadere overeenkomst te geraken. De optie gaat teniet zodra deze is uitgeoefend, of de termijn is verlopen waarbinnen deze uitgeoefend had moeten worden.
Een optierecht wordt in het verbintenissenrecht als een persoonlijk recht beschouwd en niet als een vorderingsrecht.12 Ter toelichting schets ik de volgende casus, waarnaar ik in dit hoofdstuk vaker zal verwijzen. A kan een optie verlenen aan B om 100 aandelen die A houdt in het kapitaal van X BV te kopen en te verkrijgen tegen een van te voren overeengekomen prijs. In dat geval heeft A zich verbonden om indien en zodra B dit wenst met A een koopovereenkomst aan te gaan. Eerst als B de optie uitoefent, komt de koopovereenkomst tot stand en ontstaat dientengevolge een vorderingsrecht van B op A te weten levering van de door A gehouden aandelen in X BV aan B.