Einde inhoudsopgave
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/5.3.3
5.3.3 Vernietiging, verlies en diefstal
dr. mr. B.G.A. Heijnen, datum 01-03-2018
- Datum
01-03-2018
- Auteur
dr. mr. B.G.A. Heijnen
- JCDI
JCDI:ADS494567:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Omzetbelasting / Algemeen
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Voetnoten
Voetnoten
Hoewel tekstueel kan worden volgehouden dat het vereiste ‘naar behoren bewezen en aangetoond’ alleen betrekking heeft op vernietiging (er staat immers ‘aangetoonde’, daar waar bij verlies ‘aangetoond’ juist geweest was), kan uit hierna te bespreken rechtspraak worden opgemaakt dat dit vereiste betrekking heeft op alledrie de categorieën.
Anders geformuleerd: diefstal vormt als uitgangspunt een ‘gewijzigde omstandigheid’ die noopt tot herziening van de aftrek, tenzij de diefstal naar behoren bewezen en aangetoond wordt en de lidstaat geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om bij diefstal toch herziening te eisen. Heeft de lidstaat wel gebruik gemaakt van de derogatiebevoegdheid, dan kan een belastingdienst in alle gevallen van diefstal herziening van de aftrek eisen.
HvJ 18 oktober 2012, nr. C-234/11, V-N 2012/56.13 (TETS Haskovo) en HvJ 29 november 2012, nr. C-257/11, V-N 2013/2.20 (Gran Via Moineşti) (paragrafen 5.3.2.1 en 5.3.2.2)
Vernietiging, verlies en diefstal worden in art. 185 Btw-richtlijn in één adem genoemd. Uit de redactie van de bepaling kan worden opgemaakt dat deze categorieën als hoofdregel aanleiding geven tot herziening van de aftrek vanwege een wijziging in de elementen die bij het bepalen van de (aanvankelijke) aftrek in aanmerking zijn genomen. Als afwijking op deze hoofdregel bepaalt art. 185 lid 2 eerste alinea Btw-richtlijn vervolgens dat de ‘naar behoren bewezen en aangetoonde’ vernietiging, verlies of diefstal als uitgangspunt van herziening worden uitgesloten.1 Als afwijking op de afwijking bepaalt art. 185 lid 2 tweede alinea Btw-richtlijn vervolgens weer dat lidstaten bij diefstal toch herziening kunnen eisen.2 Hierna ga ik volledigheidshalve in op deze categorieën, met als doel deze (en later ook de ‘niet-betaling’) in de context van de herzieningsregeling te kunnen plaatsen.
Over de vernietiging van goederen heb ik reeds het een en ander opgemerkt. Uit de arresten TETS Haskovo en Gran via Moineşti3 volgt dat een ‘vernietiging’ alleen dan kwalificeert als een ‘gewijzigd element’ als de vernietiging niet plaatsvindt met het oog op het verrichten van belaste handelingen in een later stadium. Reden hiervoor is dat in dat geval het rechtstreeks verband tussen de aftrek en het gebruik van de (vernietigde) goederen voor latere activiteiten niet wordt verbroken. Dit zou bijvoorbeeld anders zijn als de vernietiging plaatsvindt door overmacht (de ‘onbewuste vernietiging’), in welk geval ingekochte goederen niet meer kunnen en zullen worden gebruikt voor btw-belaste prestaties. Deze benadering past mijns inziens binnen de ratio van de herzieningsregeling (zie voorgaande paragrafen). De andere twee categorieën (diefstal en verlies) zijn hiervoor nog niet aan de orde gekomen. Daarom behandel ik hierna twee uitspraken van het HvJ waarin deze categorieën een (mogelijke) rol spelen. Het gaat om het PIGI-arrest (paragraaf 5.3.3.1) en het BCR Leasing-arrest (paragraaf 5.3.3.2). Wederom rond ik het geheel af met een korte recapitulatie (paragraaf 5.3.3.3).
5.3.3.1 Het PIGI-arrest5.3.3.2 Het BCR Leasing-arrest5.3.3.3 Slotsom