25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid
Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/5.1:5.1 Inleiding
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/5.1
5.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. C. Bitter, mr. H. Besselink, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. C. Bitter, mr. H. Besselink
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II, 1979/80, 15046, 7, p. 9 e.v.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In Nederland kennen wij in het burgerlijk recht en het strafrecht afzonderlijke wetboeken voor het materiële recht en het formele (proces)recht. Bij de totstandkoming van de Awb heeft de wetgever echter bewust gekozen voor één, ongedeelde codificatie. Dat is in feite al terug te voeren op artikel 107 Grondwet, het codificatie-artikel. Volgens artikel 107, eerste lid, Grondwet regelt de wet ‘het burgerlijk recht, het strafrecht en het burgerlijk en strafprocesrecht in algemene wetboeken’ (behoudens de bevoegdheid tot regeling van bepaalde onderwerpen in afzonderlijke wetten). Met de herziening van de Grondwet in 1983 is een tweede lid toegevoegd: ‘De wet stelt algemene regels van bestuursrecht vast.’ Wat opvalt als de leden 1 en 2 van artikel 107 worden vergeleken is dat in lid 1 uitdrukkelijk wordt gesproken van het burgerlijk recht, het strafrecht en het burgerlijk en strafprocesrecht, terwijl in lid 2 wordt gesproken van algemene regels van bestuursrecht, zonder onderscheid naar materieel recht en procesrecht. Achtergrond daarvan was dat het niet wenselijk werd geacht voor het bestuursprocesrecht een opdracht in de Grondwet vast te leggen. Codificatie werd als belemmering gezien voor de nog prille rechtsontwikkeling van het bestuursprocesrecht, zeker in vergelijking met het burgerlijk en strafprocesrecht.1 Overigens werd overwogen dat de opdracht tot het vaststellen van algemene regels van bestuursrecht een algemene regeling van (onderdelen van) het bestuursprocesrecht niet uitsluit.