25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid
Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/5.6:5.6 Slot
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/5.6
5.6 Slot
Documentgegevens:
mr. C. Bitter, mr. H. Besselink, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. C. Bitter, mr. H. Besselink
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In 1994 is in de Awb de op dat moment in veel wetten al bestaande bezwaarschriftprocedure als de standaardprocedure aangemerkt, die moet worden doorlopen voordat er beroep bij de rechter kan worden ingesteld. Die bezwaarprocedure moest twee gelijkwaardige (hoofd)doelen dienen: verlengde besluitvorming en rechtsbescherming. De ervaringen van de laatste 25 jaar wijzen uit dat die doelstellingen vaak niet worden gehaald. Er is te weinig sprake van een echte verlengde besluitvorming, er is geen open heroverweging, en er is te vaak sprake van een ‘dubbeling’ van de procedure bij de bestuursrechter. Doordat niet werkelijk sprake is van verlengde besluitvorming is in feite ook geen sprake van echte rechtsbescherming.
Tijd voor bezinning dus, en daarvoor is het niet nodig dat er net als in het burgerlijk recht en het strafrecht alsnog twee wetboeken komen: een met het materiële recht en een met het formele recht. Dat kan al met een kleine wetswijziging: bestuursorganen zouden er vaker voor moeten kunnen kiezen om de 3.4-procedure te volgen. Niet alleen voor grote besluiten waar veel zienswijzen zijn te verwachten, maar juist ook voor de kleinere besluiten, waar wellicht alleen de aanvrager bij betrokken is. Door een concept van het besluit toe te sturen wordt – voordat een definitief standpunt is ingenomen – echte ruimte voor inbreng van de aanvrager gegeven, zonder de onnodige juridisering die de bezwaarschriftprocedure langzamerhand is gaan kenmerken.
Dat kan leiden tot betere besluiten, in elk geval tot meer inzicht in de afweging van het bestuursorgaan. En het kan bijdragen aan herstel van het vertrouwen van de burger in de overheid, doordat hij meer het gevoel krijgt dat zijn inbreng er nog werkelijk toe doet. Als er daarna dan toch nog rechtsbescherming nodig is, kan de rechter daar wel voor zorgen