Bundeling van omgevingsrecht
Einde inhoudsopgave
Bundeling van omgevingsrecht (R&P nr. SB5) 2012/6.3.3:6.3.3 Samenhangcriterium
Bundeling van omgevingsrecht (R&P nr. SB5) 2012/6.3.3
6.3.3 Samenhangcriterium
Documentgegevens:
Mr. J.H.G. van den Broek, datum 01-12-2012
- Datum
01-12-2012
- Auteur
Mr. J.H.G. van den Broek
- JCDI
JCDI:ADS356207:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht (V)
Milieurecht (V)
Omgevingsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Ontwerp Wnb, concept-MvT, p. 12.
Ontwerp Wnb, concept-MvT, p. 23.
Ontwerp Wnb, concept-MvT, p. 23.
Zie par. 3.2.4.
Zie par. 6.4.
Ministerie van IenM, Kabinetsbriefstelselherziening omgevingsrecht 2011. Zie voor een samenvatting Van den Broek, Samenvatting kabinetsbriefstelselherziening omgevingsrecht 2012.
Ministerie van IenM, Kabinetsbriefstelselherziening omgevingsrecht 2011, p. 21.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het ontwerp Wet natuurbescherming bevat 'regels over de bescherming van de natuur', aldus de titel van het ontwerp. Het ligt dus voor de hand om de natuur als samenhangcriterium te zien. Dat strookt ook met de inhoud van het ontwerp en de concept-memorie van toelichting waarin onder meer wordt opgemerkt dat het gaat om een wetsvoorstel 'houdende een nieuw integraal stelsel voor de bescherming van natuurgebieden, soorten en houtopstanden.'1Gelet op de titel van het voorontwerp, de inhoud daarvan en de memorie van toelichting kom ik tot de conclusie dat het kabinet kiest voor het op de echte werkelijkheid gebaseerd samenhangcriterium natuur.
De regering benoemt het samenhangcriterium echter niet als zodanig, waardoor niet precies duidelijk is of zij het samenhangcriterium wel voldoende scherp op het netvlies heeft. Ik zal dat illustreren aan de hand van twee voorbeelden.
In de eerste plaats vermeldt de aanhef dat het wenselijk is te komen tot een integraal en vereenvoudigd wettelijk kader voor het behoud en een duurzaam beheer van de biologische diversiteit en ter uitvoering van de Habitatrichtlijn, de Vogelrichtlijn en diverse verdragen inzake de biologische diversiteit. Mij lijkt dat alles wel te begrijpen onder het samenhangcriterium natuur, maar de vraagt rijst of daarmee precies hetzelfde wordt bedoeld als met bescherming van de natuur. Zou het samenhangcriterium bijvoorbeeld ruimer zijn, dan zou dat kunnen betekenen dat in het ontwerp Wet natuurbescherming geen bepalingen worden opgenomen, die wel de bescherming van de natuur betreffen maar niet het behoud en een duurzaam beheer van de biologische diversiteit, dan wel de uitvoering van genoemde richtlijnen en verdragen.
In de tweede plaats wordt in de concept-memorie van toelichting opgemerkt dat het ontwerp Wet natuurbescherming de onderwerpen betreft die nu worden geregeld in de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet.2 Het is duidelijk dat het in die wetten gaat om regels die de natuur beschermen, maar als natuur het samenhangcriterium is, zou het kabinet zich ervan moeten vergewissen of die wetten alle regels over de bescherming van de natuur bevatten. Het samenhangcriterium bepaalt immers het wetssysteem van het ontwerp Wet natuurbescherming. De regering wekt nu de indruk alsof het bundelen van de drie genoemde wetten een doel op zich is, welke indruk wordt versterkt door de overweging 'dat de bescherming van de ecologische hoofdstructuur, die via bestemmingsplannen wordt verwezenlijkt, buiten dit wetsvoorstel valt.'3
Het is uit een oogpunt van wetssystematiek onverstandig om geen helderheid te hebben omtrent het samenhangcriterium. Eerder in dit onderzoek heb ik het grote belang geschetst van samenhangcriteria voor een wetssysteem.4 Als de wetgever dat samenhangcriterium niet duidelijk voor ogen heeft, loopt hij het risico dat in het wetssysteem van het ontwerp Wet natuurbescherming regels zijn of worden opgenomen, die daarin niet thuis horen. Ook is er een kans op wetssystematische tekorten omdat regels die wel in het wetssysteem van het ontwerp Wet natuurbescherming thuis horen daarin niet zijn opgenomen.5
Dit risico zou actueel kunnen worden in het kader van de Omgevingswet. In de kabinetsbrief stelselherziening omgevingsrecht6 merkt het kabinet op dat het ontwerp Wet natuurbescherming vooruit loopt op de Omgevingswet, maar inhoudelijk al op de uitgangspunten van de Omgevingswet is afgestemd. De begrippen en definities in het ontwerp Wet natuurbescherming zullen volgens het kabinet 'maximaal aansluiten op de Omgevingswet zodat de ruimtelijk relevante onderdelen in een later stadium over kunnen naar de Omgevingswet. Dat geldt in ieder geval voor de natuurvisie, het natuurbeheerplan en de vergunningen.'7 Om te weten welke bepalingen in het wetssysteem van het Wet natuurbescherming een plaats dienen te krijgen, is het noodzakelijk dat het samenhangcriterium duidelijk is.
Mijn aanbeveling aan de wetgever is dan ook om niet eerder tot bundeling van bepalingen in het ontwerp Wet natuurbescherming over te gaan dan nadat glashelder is welke samenhangcriteria het door bundeling te realiseren wetssysteem bepalen.