Douanewaarde in een globaliserende wereld
Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/9.4.1:9.4.1 Inleiding en overgangsbepaling
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/9.4.1
9.4.1 Inleiding en overgangsbepaling
Documentgegevens:
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258733:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
European Commission, 28 Apr. 2016, Guidance Document on Customs Valuation Implementing Act Arts 128 and 136 UCC IA, and Art. 347UCC IA, 28 Apr. 2016, Taxud B4/ (2016) 808781 revision 2 en European Commission, 17 Sept. 2020, Guidance Document on Customs Valuation Implementing Act Arts 128 and 136 UCC IA, and Art. 347UCC IA, 17 Sept. 2020, TAXUD/2623395rev2/2020.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit onderdeel wordt ingegaan op de vraag hoe het last-sale principe uitwerkt onder het DWU-wetgevingspakket, waarbij ik mij baseer op artikel 128, leden 1 en 2, UDWU, het Guidance Document on Customs Valuation1 en uitlatingen van de Douane Expertgroep (afdeling douanewaarde). In dat kader wordt in onderdeel 9.4.2 stilgestaan bij het last-sale principe in de zin van artikel 128, lid 1, UDWU. In onderdeel 9.4.3 wordt de uitwerking van het last-sale principe besproken voor wat betreft de in artikel 128, lid 2, UDWU bedoelde situatie dat goederen worden geplaatst onder tijdelijke opslag of een bepaalde bijzondere regeling zonder daaraan voorafgaand onderworpen te zijn geweest aan een verkoop voor uitvoer. In onderdeel 9.4.4 wordt stilgestaan bij de introductie en afschaffing van het concept ‘domestic sale’ wat kortweg inhoudt dat een verkoop tussen een verkoper en koper die beide in de Europese Unie zijn gevestigd diskwalificeert als verkoop voor uitvoer. De betekenis van verkooporders bij het bepalen van de reikwijdte van het begrip verkoop voor uitvoer komt aan bod in onderdeel 9.4.5. Tot slot wordt ingegaan op de juridische houdbaarheid van artikel 128, leden 1 en 2, UDWU in onderdeel 9.4.6.
Alvorens daartoe over te gaan merk ik op dat het first-sale principe na 1 mei 2016 onder bepaalde voorwaarden in het kader van een in artikel 347 UDWU voorziene overgangsbepaling nog mocht worden toegepast. De transactiewaarde van een eerdere verkoop dan degene die de goederen in het vrije verkeer van de Europese Unie introduceert, mocht namelijk tot 31 december 2017 worden gebruikt indien de aangever voor 18 januari 2016, de datum van inwerkingtreding van de UDWU, contractueel gebonden was aan een eerste of eerdere verkoop. Opmerkelijk is dat wordt gesproken over het moment van inwerkingtreding in plaats van het toepasselijk worden van de UDWU. De inwerkingtreding vindt namelijk normaal gesproken plaats op de twintigste dag volgend op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de EU. Dat was daarom eerder dan het moment waarop de UDWU toepasselijk werd. De periode waarbinnen partijen hun gesloten overeenkomst konden aanpassen was zodoende beperkt. De ‘gesloten overeenkomst’ waaraan artikel 347 UDWU refereert, moet de persoon binden namens wie de aangifte wordt ingediend. Het is in de praktijk niet gebruikelijk dat in een gesloten overeenkomst expliciet is vastgelegd dat de douanewaarde op basis van de eerste of eerdere verkoop bepaald moet worden. Dit volgt hoogstens uit het feit dat aan de aangever een factuur wordt overhandigd van een eerste of eerdere verkoop op basis waarvan hij de douanewaarde vaststelt. Het kan daarnaast volgen uit de gehanteerde prijsmarges die eventueel lager zijn, nu de invoerrechten op een eerste of eerdere verkoopprijs zijn bepaald en er derhalve minder douanerechten doorgerekend hoeven te worden in de daaropvolgende verkoopprijzen. Op het eerste gezicht lijkt de overgangsbepaling om die reden een beperkte toepassing voor te staan. Uit de Guidance document on Customs Valuation blijkt echter dat onder een ‘gesloten overeenkomst’ ook een raamwerkovereenkomst wordt verstaan, voor zover zo’n overeenkomst exclusief betrekking heeft op een product en voorziet in een specifieke leveringsdatum, hoeveelheid en verkoopprijs. De Europese Commissie merkt aanvullend op dat het gesloten contract niet per definitie gesloten hoeft te zijn tussen de koper en verkoper, maar ook gesloten kan zijn tussen de koper en de partijen waaraan de koper de goederen levert. Naar mijn mening zou een afspraak tussen de douaneautoriteiten en een importeur ook onder de bredere interpretatie van ‘gesloten overeenkomst’ geschaard moeten worden, te meer nu de Guidance document on Customs Valuation aangeeft dat ‘gesloten overeenkomst’ niet exclusief verwijst naar een overeenkomst tussen koper en verkoper. Een dergelijk afspraak zou dan wel voor 18 januari 2016 gesloten moeten zijn.