Art. 2:11 BW, doorgeefluik van bestuurdersaansprakelijkheid
Einde inhoudsopgave
Art. 2:11 BW, doorgeefluik van bestuurdersaansprakelijkheid (IVOR nr. 106) 2017/3.10.3:3.10.3 Privaatrechtelijke rechtspersonen
Art. 2:11 BW, doorgeefluik van bestuurdersaansprakelijkheid (IVOR nr. 106) 2017/3.10.3
3.10.3 Privaatrechtelijke rechtspersonen
Documentgegevens:
mr. C.E.J.M. Hanegraaf, datum 25-06-2017
- Datum
25-06-2017
- Auteur
mr. C.E.J.M. Hanegraaf
- JCDI
JCDI:ADS298890:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Akkermans 1987, p. 34.
Evenzo: Mohr 1992, p. 4.
Ten overvloede wijs ik nog op art. 5:131 BW dat niet verbiedt dat een rechtspersoon optreedt als bestuurder van de vereniging van eigenaars.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Art. 2:3 BW bepaalt dat verenigingen, coöperaties, onderlinge waarborgmaatschappijen, naamloze vennootschappen, besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid en stichtingen rechtspersoonlijkheid bezitten. Het gaat hierbij in beginsel om twee rechtsvormen: verenigingen en stichtingen, waarbij de kapitaalvennootschappen in feite niets anders zijn dan verenigingen van kapitaalverschaffers. Voor de goede orde merk ik op dat art. 2:3 BW (anders dan artt. 2:50a en 2:300a BW) ten aanzien van stichtingen en verenigingen niet de eis stelt dat deze aan vennootschapsbelasting onderworpen zijn.1
In de artt. 2:1 tot en met 2:3 BW zit als het ware een “opbouw”. Daar waar art. 2:1 BW de overige artikelen van Titel 1 van Boek 2 BW (met uitzondering van art. 2:5 BW) geheel uitsluit ten aanzien van de in dat artikel vermelde rechtspersonen, biedt art. 2:2 BW een (voorzichtige) opening voor overeenkomstige toepassing van de overige artikelen van voormelde Titel 1 (wederom met uitzondering van art. 2:5 BW). Art. 2:3 BW houdt geen enkele beperking in. Voor de in art. 2:3 BW genoemde rechtspersonen geldt art. 2:11 BW dan ook onverkort.
In art. 2:3 BW worden niet alle privaatrechtelijke rechtspersonen vermeld. Titel 1 van Boek 2 BW is van toepassing op alle privaatrechtelijke rechtspersonen, tenzij de wet anders bepaalt.2 Een vereniging van eigenaars is een niet uitdrukkelijk in art. 2:3 BW genoemde rechtspersoon (vgl. art. 5:124 lid 1 BW). In de vorige zin schrijf ik bewust “niet uitdrukkelijk”. De vereniging van eigenaars betreft namelijk wel een in art. 2:3 BW vermelde vereniging (zoals de naam al aangeeft). Hoe dit ook zij: op grond van art. 5:124 lid 2 BW is Titel 1 van Boek 2 BW van toepassing op de vereniging van eigenaars, behoudens een aantal limitatief opgesomde artikelen. Art. 2:11 BW wordt aldaar niet uitgezonderd.3