Forumkeuze in het Nederlandse internationaal privaatrecht
Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/13.11.9:13.11.9 Verwijzing en statuten
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/13.11.9
13.11.9 Verwijzing en statuten
Documentgegevens:
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS419245:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook par. 13.11 in verband met verwijzing.
HvJ EG 10 maart 1992, zaak C-214/89, Powell Duffryn/Petereit, Jur. 1992, p. 1-1745, NJ 1996, 279. r.o. 17.
HvJ EG 10 maart 1992, zaak C-214/89, Powell Duffryn/Petereit, Jur. 1992, p. 1-1745, NJ 1996, 279, r.o. 28.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een aanwijzing van een bevoegde rechter in statuten van een vennootschap is te beschouwen als een schriftelijke overeenkomst in de zin van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag en art. 8 Rv, zoals hierboven is besproken in par. 13.5.4.1 Zij bindt afhankelijk van de bewoordingen — de aandeelhouders onderling alsmede de aandeelhouders en de vennootschap.2 Aangezien aandeelhouders op de hoogte zijn — of moeten zijn — dat statuten van een vennootschap ook op hen van toepassing zullen zijn, is een verwijzing naar de statuten op het moment van verkrijging van de aandelen niet noodzakelijk, indien de statuten op een voor hen toegankelijke plaats ter inzage liggen of zijn gedeponeerd in het Handelsregister.3 Art. 8 Rv regelt niet expliciet de verwijzing naar een forumkeuze in statuten. Mijns inziens dient aansluiting te worden gezocht bij art. 1020 lid 5 Rv, dat bepaalt dat onder een overeenkomst tot arbitrage mede wordt begrepen een arbitraal beding in statuten of reglementen. Onder statuten in art. 1020 Rv dienen tevens statuten van een vennootschap te worden verstaan.4 Deze aansluiting bij de regeling voor het arbitraal beding ligt voor de hand, omdat art. 8 lid 5 Rv is gebaseerd op art. 1021 Rv.
In het Belgische internationaal privaatrecht volgt de geldigheid van een forumkeuze in statuten uit de art. 6 en 7 WIPR. Aangezien naar Belgisch recht de statuten van een vennootschap worden beschouwd als een overeenkomst, is een aandeelhouder automatisch gebonden aan de statuten zodra hij een aandeel verkrijgt of daarin deelneemt. De aandeelhouder is derhalve aan een forumkeuze in de statuten gebonden met en zonder een verwijzing naar (de forumkeuze in) de statuten. Art. 109 WIPR beperkt echter de mogelijkheid voor een forumkeuze in statuten, omdat de Belgische rechter slechts bevoegd is om kennis te nemen van de vorderingen betreffende de geldigheid, de werking, de ontbinding of de vereffening van een rechtspersoon, indien de voornaamste vestiging of de statutaire zetel van die rechtspersoon zich in België bevindt bij de instelling van die vordering.