Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/13.11.4
13.11.4 Het arrest Colzani/Riiwam
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS416856:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 14 december 1976, zaak 24/76, Colzani/Rilwa, Jur. 1976, p. 1831, NJ 1977, 446. Het Hof van Justitie heeft zijn standpunt bevestigd in het arrest van 17 maart 1999, zaak C-159/97, Castelletti/ Trumpy, Jur. 1999, p. 1-1597, NJ 2001, 116, r.o. 13.
HvJ EG 24 december 1976, zaak 24/76, Colzani/Riiwa, Jur. 1976, p. 1831, NJ 1977, 446, r.o. 9.
HvJ EG 19 juni 1984, zaak 71/83, Tilly Russ/Nova, Jur. 1984, p. 2417, NJ 1984, 735; CA Nouméa 12 augustus 1982, Serie D I-17.1.2-B 25.
Rb. Rotterdam 22 januari 1982, S&S 1982, 88, Serie D I-17.1.1-B 18 (met een verwijzing naar Verlade- und Transportbedingungen); Rb. Rotterdam 27 december 1985, S&S 1987, 17 (die overigens uiteindelijk het beroep op de forumkeuze afwijst gelet op het toepassingsbereik).
Rb. Rotterdam 28 september 1995, S&S 1996, 22, NIPR 1996, 300.
Killias, Gerichtsstandsvereinbarungen, p. 153; HvB Brussel 3 maart 1981, Serie D I-17.1.2-B 23; Rb. Rotterdam 24 april 1997, NIPR 1997, 382; anders Tribunale di Modena 28 april 1980, Serie D I-17.1.2-B 20 die het bijgesloten zijn bij een offerte gevolgd door een schriftelijke aanvaarding van de offerte door de koper voldoende acht voor tot standkoming van de forumkeuze.
Een uitzondering geldt voor art. I lid 2 Protocol Verdrag.
Reiser, Gerichtsstandsvereinbarungen, p. 50; HvJ EG 17 maart 1999, zaak C-159/97, Castelletti/ Trumpy, Jur. 1999, p. 1-1597, NJ 2001, 116, r.o. 13; Corte di Cassazione, sezione unite, 27 maart 1980, samengevat in Serie D I-17.1.2-B 19; RvK Verviers, 31 maart 1977, Serie D I-17.1.2-B 8; Rb. Rotterdam 15 april 1999, NIPR 1999, 298.
Anders: Hof Amsterdam 25 april 1985, NJ 1986, 557, NIPR 1985, 475 die voorlezing door de deurwaarder aan het begin van een veiling (en verwijzing daarna in een schuldbekentenis) niet voldoende achtte.
Rb. Arnhem 15 november 2001, NIPR 2002, 274.
Vanderelst, Dip, p. 281; Reiser, Gerichtsstandsvereinbarungen, p. 51; Van Houtte, Europese 1PRVerdragen, p. 52; RvK Verviers 31 maart 1977, Serie D I-17.1.2-B 8; CA Nouméa 12 augustus 1982, Serie D I-17.1.2-B 25; OLG Hamburg 30 december 1985, RIW 1986, p. 462; Corte di Cassazione, sezione unite, 27 maart 1980, Serie D I-17.1.2-B 19; TGI Duinkerken 19 februari 1986, Clunet 1986, p. 713 (geen verwijzing dus forumkeuze niet geldig); Hof 's-Gravenhage 23 juni 1988, NIPR 1988, 581 (verwijzing in een verzekeringscertificaat naar polisvoorwaarden); Rb. Amsterdam 17 januari 1991, NIPR 1991, 465 (impliciet); Rb. 's-Gravenhage 27 november 1991, NIPR 1992, 267; Rb. Amsterdam 18 november 1992, NIPR 1993, 170 bevestigd door Hof Amsterdam 10 februari 1994, NJ 1994, 770, NIPR 1994, 291; Rb. Maastricht 17 december 1993, NJ 1995, 219; Hof Amsterdam 6 oktober 1994, NIPR 1995, 258; Rb. Maastricht 26 januari 1995, NIPR 1995, 278 (zonder verwijzing geen forumkeuze); Hof Amsterdam 24 april 1997, NIPR 1997, 179; Rb. Rotterdam 24 april 1997, NIPR 1997, 382; Hof 's-Hertogenbosch 4 september 1997, NJ 1998, 578; Rb. Rotterdam 15 april 1999, NIPR 1999, 298; Rb. Utrecht 26 april 2000, NIPR 2000, 216; Hof 's Gravenhage 7 juli 2005, NIPR 2006, 44.
Hof 's-Hertogenbosch 9 april 1990, NJ 1990, 840; Arbitragecommissie RUCIP 28 februari 1991, TvA 1993, 8, NIPR 1993, 486.
Reinders, Tijdschrift voor Vervoer & Recht 2005, p. 251.
OLG Celle 2 maart 1984, IPRax 1985, p. 284.
HvJ EG 14 december 1976, zaak 24/76, Colzani/Rilwa, Jur. 1976, p. 1831, NI 1977, 446.
Vgl. Geimer, IZPR, p. 437, nr. 1786.
HvJ EG 14 december 1976, zaak 24/76, Colzani/Rilwa, Jur. 1976, p. 1831, NJ 1977, 446.
Par. 13.7 en HvJ EG 20 februari 1997, zaak C-106/95, MSG/Les Gravières, Jur. 1997, p. 1-911, NJ 1998, 565.
Vlas, Rechtsvordering, Verordeningen & Verdragen, suppl. 292 (maart 2004), p. A-a-459; vgl. voor een niet geslaagd beroep daarop Rb. Rotterdam 21 januari 2004, NIPR 2005, 64.
Anders: OLG Celle, 2 maart 1984, IPRax 1985, p. 286 die ter zake van verwijzing naar bijgesloten bijlagen de bewijslast legt bij de zender (van het aanbod).
HvJ EG 14 december 1976, zaak 24/76, Colzani/Rilwa, Jur. 1976, p. 1831, NJ 1977, 446.
Het Hof van Justitie heeft zich in het arrest Colzani/Rilwa1 uitgesproken over de voorwaarden die art. 17 EEX stelt aan een verwijzing. Colzani had van Rftwa machines gekocht. De schriftelijke (ondertekende) overeenkomst was tot stand gekomen op het briefpapier van Rftwa. Op de achterzijde daarvan waren de algemene voorwaarden van Rwa afgedrukt met daarin een forumkeuze voor het Landgericht Keulen. In de overeenkomst werd op de voorzijde niet naar de achterzijde verwezen. De voorzijde van de overeenkomst verwees echter wel naar offertes van Rwa die aan het sluiten van de overeenkomst voorafgingen. Deze offertes bevatten een uitdrukkelijke verwijzing naar de achterzijde van de offerte waar de algemene voorwaarden waren afgedrukt. In deze casus kon de forumkeuze op twee wijzen tot stand zijn gekomen:
Doordat de algemene voorwaarden op de achterzijde van de schriftelijke overeenkomst waren afgedrukt;
Door verwijzing in de overeenkomst naar de voorafgaande offertes die op hun beurt uitdrukkelijk verwezen naar de algemene voorwaarden. Ik bespreek beide mogelijkheden, omdat zij in de praktijk ook veel voorkomen.
Ad 1: Voorwaarden op achterzijde of in bijlage zonder verwijzing
Het Hof van Justitie is van mening dat het afgedrukt zijn op de achterzijde van de overeenkomst (zonder verwijzing op de voorzijde) niet voldoende is, omdat dan onvoldoende is gewaarborgd dat de wederpartij heeft ingestemd met de forumkeuze. Het Hof van Justitie laat daarbij meewegen dat partijen door een forumkeuze afwijken van de algemene bevoegdheidsregels van het EEX.2 Later heeft het Hof van Justitie in het arrest Tilly Russ/Nova3 hetzelfde beslist voor cognossementen met een forumkeuze vermeld op de achterzijde. Een forumkeuze op de achterzijde van een cognossement zonder verwijzing is niet rechtsgeldig, omdat de zekerheid ontbreekt dat de wederpartij daadwerkelijk met de forumkeuze heeft ingestemd. Een verwijzing in een cognossement naar elders gedeponeerde voorwaarden of een charterpartij waarin een forumkeuze voorkomt, is onvoldoende om een geldige forumkeuze aan te nemen en de forumkeuze aan een derde houder van het cognossement te kunnen tegenwerpen.4 In ieder geval rust op degene die een beroep doet op de forumkeuze in de charterpartij de verplichting om tevoren de charterpartij te overhandigen aan de derde houder van een cognossement.5
Uit de bovenstaande twee arresten van het Hof van Justitie blijkt dat een verwijzing naar de (algemene) voorwaarden die op de achterzijde staan vermeld, dient te zijn opgenomen in de overeenkomst. Hetzelfde moet naar mijn mening gelden, indien de (algemene) voorwaarden zijn bijgevoegd of overhandigd: een verwijzing in de overeenkomst naar de bijlage is noodzakelijk.6 Een ondertekening of parafering van de bijlage is niet noodzakelijk.7 Zonder verwijzing naar de achterzijde, een bijlage of ander document vindt daarom geen geldige forumkeuze volgens art. 23 EEX-V°/17 Verdrag plaats.8 Deze verwijzing kan ook mondeling plaatsvinden9 en mag gestandaardiseerd of voorgedrukt zijn.10 Nationale rechtspraak en literatuur achten eveneens een verwijzing in de overeenkomst of de schriftelijke bevestiging daarvan naar de achterzijde algemeen noodzakelijk en voldoende voor een geldige forumkeuze.11 De rechtspraak aanvaardt hetzelfde ten aanzien van het arbitraal beding.12
Voor de forumkeuze in lopende handelsbetrekkingen (art. 23 lid 1 sub b EEX-V°/17 lid 1 sub b Verdrag) dient naar mijn mening in beginsel hetzelfde te gelden. De wederpartij dient ervan op de hoogte te zijn, althans behoren te zijn, dat een forumkeuze van de lopende rechtsbetrekking deel is gaan uitmaken. Er gelden voor lopende handelsbetrekkingen dus geen andere regels voor verwijzing. Dat is anders indien de wederpartij gedurende de lopende handelsbetrekkingen is gewezen op de forumkeuze en daardoor bekend is geworden met de forumkeuze. Deze mededeling is voldoende om in het vervolg van de handelsbetrekkingen de forumkeuze rechtsgeldig te achten, ook al vindt daarna niet steeds een verwijzing plaats. Ook zal een voldoende verwijzing naar de achterzijde bestaan, indien de wederpartij van de forumkeuze redelijkerwijs kennis heeft moeten nemen gedurende de lopende handelsbetrekkingen. Bijv.: de gegevens voor betaling bevinden zich op de achterzijde of de wederpartij heeft gereclameerd onder verwijzing naar de algemene voorwaarden waarvan de forumkeuze deel uitmaakt.
Anders oordeel ik echter over de forumkeuze in een gebruikelijke vorm in de internationale handel (art. 23 lid 1 sub c EEX-V°/17 lid 1 sub c Verdrag). Het is immers goed denkbaar dat de plaats van de forumkeuze op de achterzijde van een document gebruikelijk is. De forumkeuze kan dan van de rechtsbetrekking deel gaan uitmaken doordat de wederpartij geacht wordt dit gebruik te kennen. Mijns inziens zal dan moeten zijn voldaan aan de cumulatieve voorwaarden van art. 23 lid 1 sub c EEX-V°/ 17 lid 1 sub c Verdrag. Voor dit — versoepelde — vormvoorschrift geldt dus onder bovengenoemde omstandigheden een andere regel voor verwijzing, omdat de plaats van de forumkeuze een onderdeel is van de gebruikelijke vorm. Ik denk bijv. aan cognossementen waar de cognossementsvoorwaarden vaak op de achterzijde zijn gedrukt, zodat aan bovendstaande voorwaarden is voldaan.13 Een expliciete verwijzing is in dit geval dan niet nodig.
Tot slot: op degene die zich op de forumkeuze beroept rust in beginsel de bewijslast dat de wederpartij van de forumkeuze kennis heeft genomen of redelijkerwijs kennis heeft kunnen nemen.14
Ad 2: Verwijzing in de overeenkomst naar eerdere documenten
Over de tweede mogelijkheid die aan de orde was in het arrest Colzani/Rilwa15 en die in de praktijk vaak voorkomt, oordeelde het Hof van Justitie als volgt:
`(...) dat in beginsel aan het vereiste van een geschrift in de zin van art. 17, eerste alinea, is voldaan (...) ingeval van een uitdrukkelijke verwijzing die door een partij bij betrachting van een normale zorgvuldigheid kan worden nagegaan, en indien vaststaat dat de algemene voorwaarden, inhoudende de clausule tot aanwijzing van de bevoegde rechter, daadwerkelijk aan de andere contractant zijn medegedeeld met de offerte waarnaar wordt verwezen;
dat daarentegen aan het vereiste van een geschrift in de zin van art. 17 niet is voldaan bij indirecte of stilzwijgende verwijzingen naar vorige correspondentie, daar in dat geval geen zekerheid bestaat dat de clausule tot aanwijzing van een bevoegde rechter daadwerkelijk deel uitmaakt van het eigenlijke contract;'
Het Hof van Justitie lijkt dus drie voorwaarden aan een verwijzing te stellen die trapsgewijs plaatsvindt:
De verwijzing dient uitdrukkelijk te zijn en niet indirect of stilzwijgend.16
De verwijzing dient bij betrachting van normale zorgvuldigheid te kunnen worden nagegaan;
De (algemene) voorwaarden waarin de forumkeuze voorkomt (of de forumkeuze) dienen daadwerkelijk vooraf te zijn meegedeeld.
Sinds het arrest Colzani/Rtiwa17 is het algemeen aanvaard dat de forumkeuze als zodanig niet in de schriftelijke overeenkomst of schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst behoeft te zijn opgenomen.18 Hetzelfde geldt mijns inziens voor de andere vormen (lopende handelsbetrekkingen en de elektronische overeenkomsten van art. 23 lid 2 EEX-V°). Deze vorm beoogt niet voor de wilsovereenstemming minder zware eisen te stellen dan voor de schriftelijke overeenkomst of de schriftelijk bevestigde mondelinge overeenkomst.19 Voor een gebruikelijke vorm in de internationale handel behoeven de voorwaarden die het Hof van Justitie stelt in het arrest Colzani/Rtiwa niet steeds te worden nageleefd, indien de verwijzing naar de forumkeuze in de internationale handel overeenstemt met een gewoonte waarvan partijen op de hoogte behoren te zijn, die in de internationale handel algemeen bekend is en door partijen bij dergelijke overeenkomsten in de betrokken handelsbranche doorgaans in acht wordt genomen.20Ik zal hierna per voorwaarde nagaan of deze ook steeds van toepassing is bij de vorm van art. 23 lid 1 sub c EEX-V°/17 lid 1 sub c Verdrag. De toepasselijkheid van deze bepaling betekent niet dat in het geheel geen verwijzing behoeft plaats te vinden. Een zekere kenbaarheid dat in de betreffende handelstransactie wordt beoogd te verwijzen naar een forumkeuze bijft noodzakelijk.
Voor de bewijslastverdeling zou ik in het algemeen aannemen dat in het geval uit de totstandkoming blijkt dat een partij heeft verwezen naar (algemene) voorwaarden en de (algemene) voorwaarden (zouden) zijn toegezonden, haar wederpartij de bewijslast draagt dat zij de (algemene) voorwaarden niet heeft ontvangen.21 Deze verdeling van bewijslast vloeit voort uit de omstandigheid dat de verwijzende partij haar wederpartij op het bestaan van andere documenten heeft gewezen, zodat de wederpartij in beginsel zo alert moet zijn deze stukken op te vragen en waar nodig te raadplegen. In de volgende paragraaf behandel ik deze drie voorwaarden die volgen uit het arrest Colzani/Rtiwa.22