De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.8.1:4.8.1 Inleiding
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/4.8.1
4.8.1 Inleiding
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949489:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals uiteengezet in § 4.2.2 is het bevoegd gezag verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs binnen de school of instelling. Hieronder valt ook de kwaliteit van de examens. Met de examens worden hier de verzamelingen van beoordelingsbeslissingen bedoeld waarmee het onderwijs in een bepaalde sector wordt afgesloten. Hieronder wordt verstaan het schooladvies in het primair onderwijs, de school/instellings- en centrale examens in het voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs en de tentamens in het hoger onderwijs die gezamenlijk het examen vormen. In deze paragraaf wordt onderzocht hoe het bevoegd gezag in de verschillende onderwijssectoren de kwaliteit van de examens kan bewaken en welke rol de leraar hierbij speelt. De leraar heeft immers een zekere mate van autonomie bij het beoordelen van examens. Deze autonomie kan op gespannen voet staan met de taak van het bevoegd gezag om de kwaliteit van de examens te borgen.
Bij het beschrijven van de rol van het bevoegd gezag bij de examens wordt eerst in § 4.8.2 ingegaan op zijn regelgevende bevoegdheid. Met het stellen van regels kan het bevoegd gezag zijn beleidsruimte invullen, daarmee oefent hij invloed uit over de wijze waarop de examens binnen die school worden afgenomen. Zo kan hij bepalen welke examens worden afgenomen, op welke wijze dit gebeurt en wie de examens beoordeelt en de uitslag daarvan vaststelt. In hoeverre het bevoegd gezag deze regels kan stellen is onder meer afhankelijk van de ruimte die de wetgever hiervoor biedt en van de bevoegdheden van andere organen binnen de school, zoals de medezeggenschap en de examencommissie. In deze paragraaf wordt dan ook eerst in kaart gebracht welke beleidsruimte het bevoegd gezag heeft ten aanzien van examens en hoe hij deze ruimte kan invullen.
Vervolgens wordt in § 4.8.3 ingegaan op de rol van de examencommissie. Zij speelt in alle onderwijssectoren, met uitzondering van het primair onderwijs, een belangrijke rol bij het borgen van de kwaliteit van de examens. De examencommissie oefent haar taken onafhankelijk uit van de andere organen van de school. Dit betekent dat het bestuur zich niet mag mengen in de taken van de examencommissie. Het bestuur heeft evenwel ook belang bij de kwaliteit van de examens. Beschreven wordt hoe de examencommissie zich verhoudt tot het bestuur van de school en of er gevallen zijn waarbij het bestuur kan ingrijpen in het werk van de examencommissie. Vervolgens wordt ingegaan op de deskundigheid en taken van de examencommissie.
De examinator speelt een belangrijke rol bij de examens. Hij beoordeelt immers het examen en stelt de uitslag daarvan vast. In sommige gevallen is het bevoegd gezag zelf examinator, in andere gevallen is deze taak opgedragen aan de leraar, de examencommissie of een derde. Wie de examinator is, speelt een belangrijke rol bij de vraag in hoeverre het bevoegd gezag invloed kan uitoefenen op de beoordeling en het vaststellen van de uitslag van individuele examens. Daarom wordt in § 4.8.4 beschreven hoe de examinator en het bevoegd gezag zich tot elkaar verhouden in de verschillende onderwijssectoren. Nadat de examens zijn afgenomen, beoordeeld en de uitslag bekend is gemaakt, kan een diploma worden uitgereikt. Ook daarbij heeft het bevoegd gezag een rol. Er wordt in § 4.8.5 beschreven hoe deze rol van het bevoegd gezag eruitziet. Hierbij wordt bijvoorbeeld ingegaan op de vraag of in bepaalde gevallen het uitreiken van het getuigschrift geweigerd kan worden om de kwaliteit van de examens te bewaken.