Einde inhoudsopgave
Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars (O&R nr. 148) 2024/8.6.4
8.6.4 Rechten van polishouders/leden van een onderlinge waarborgmaatschappij die een juridische fusie aangaat met een andere onderlinge
1
mr. A.M.M. Menken, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
mr. A.M.M. Menken
- JCDI
JCDI:ADS949828:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie over juridische fusie en splitsing van verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen Koster en Verbrugh 2019, p. 303-325.
Koster en Verbrugh 2019, p. 309.
Volgens een overzicht dat binnen het Verbond van Verzekeraars voor eigen gebruik is opgesteld naar de stand van zaken in 2019. Ik bekeek de via https://www.kvk.nl op 1 augustus 2023 beschikbare statuten van de volgende onderlinge waarborgmaatschappijen: (1) Onderlinge Waarborgmaatschappij CZ groep U.A. (handelsregisternummer 18028752); (2) Onderlinge Waarborgmaatschappij DSW Zorgverzekeraar U.A. (handelsregisternummer 24168208); (3) Onderlinge Waarborgmaatschappij Zorgverzekeraar Zorg en Zekerheid U.A. (handelsregister 28050216); (4) Stad Holland Zorgverzekeraar Onderlinge Waarborgmaatschappij U.A. (handelsregisternummer 24249971); (5) Onderlinge Verzekering Maatschappij ZLM U.A. (handelsregisternummer 22009260); (6) Onderlinge Levensverzekering-Maatschappij ’s-Gravenhage U.A. (handelsregisternummer 27001014); (7) Onderlinge Waarborgmaatschappij Sazas U.A. (handelsregisternummer 41158051); (8) Onderlinge Verzekering Maatschappij Donatus U.A. (handelsregisternummer 16027202); (9) E.O.C. Onderlinge Schepenverzekering U.A. (handelsregisternummer 02000457) en (10) Algemene Friese Onderlinge Schadeverzekeringsmaatschappij “Zevenwouden” U.A. (handelsregisternummer 01005950). Onderlinge Waarborgmaatschappij Centrale Zorgverzekeraars groep, Aanvullende Verzekering Zorgverzekeraar U.A. en Onderlinge Waarborgmaatschappij Centrale Zorgverzekeraars groep, Zorgverzekeraar U.A. zijn met ingang van 1 januari 2021 juridisch gefuseerd. Ik heb voor wat betreft deze twee rechtspersonen daarom alleen naar de statuten van de verkrijgende rechtspersoon gekeken.
Onderlinge Waarborgmaatschappij CZ groep U.A. (handelsregisternummer 18028752); Onderlinge Verzekering Maatschappij Donatus U.A. (handelsregisternummer 16027202).
Onderlinge Waarborgmaatschappij DSW Zorgverzekeraar U.A. (handelsregisternummer 24168208); Onderlinge Waarborgmaatschappij Zorgverzekeraar Zorg en Zekerheid U.A. (handelsregister 28050216); Stad Holland Zorgverzekeraar Onderlinge Waarborgmaatschappij U.A. (handelsregisternummer 24249971); Onderlinge Waarborgmaatschappij Sazas U.A. (handelsregisternummer 41158051).
Onderlinge Verzekering Maatschappij ZLM U.A. (handelsregisternummer 22009260).
E.O.C. Onderlinge Schepenverzekering U.A. (handelsregisternummer 02000457).
Onderlinge Levensverzekering-Maatschappij ’s-Gravenhage U.A. (handelsregisternummer 27001014) en Algemene Friese Onderlinge Schadeverzekeringsmaatschappij “Zevenwouden” U.A. (handelsregisternummer 01005950).
Een volstrekte meerderheid betekent dat een besluit genomen kan worden met de helft van de uitgebrachte stemmen plus één stem.
Voor de positie van polishouders/leden van onderlinge waarborgmaatschappijen die een juridische fusie met elkaar aangaan, is belangrijk dat in de regeling van de juridische fusie in Boek 2 BW is bepaald dat het besluit tot fusie wordt genomen door de algemene vergadering2 én dat een besluit tot fusie wordt genomen op dezelfde wijze als een besluit tot wijziging van de statuten.3 Dat laatste geldt echter niet, voor zover de statuten een andere regeling voor besluiten tot fusie geven.4 Tenzij de statuten anders bepalen, behoeft een besluit tot statutenwijziging ten minste twee derden van de uitgebrachte stemmen.5
Het besluit tot fusie is een besluit dat wordt genomen door de algemene vergadering.6 Bij een naamloze vennootschap kan het bestuur op grond van art. 2:331 BW tot een fusie besluiten, maar bij een onderlinge waarborgmaatschappij kan dat niet. De verkrijgende onderlinge waarborgmaatschappij moet altijd door middel van een besluit van de algemene vergadering tot fusie met een andere onderlinge besluiten.7 Ook bij de verdwijnende onderlinge waarborgmaatschappij kan alleen de algemene vergadering tot een juridische fusie met een andere onderlinge waarborgmaatschappij besluiten.
Ten behoeve van dit hoofdstuk heb ik de statuten van tien op basis van premievolume relatief grote onderlinge waarborgmaatschappijen bestudeerd.8 Ik heb bekeken bij hoeveel van deze tien onderlingen conform het in art. 2:317 lid 4 BW bepaalde een specifieke bepaling is opgenomen over besluiten tot fusie en, waar dat niet het geval was, met welke meerderheid een besluit tot statutenwijziging kan worden genomen. Uit art. 2:317 BW volgt immers dat een besluit tot fusie wordt genomen op dezelfde wijze als een besluit tot wijziging van de statuten, tenzij de statuten een andere regeling geven voor besluiten tot fusie. Art. 2:43 lid 1 BW bepaalt als gezegd dat voor een besluit tot statutenwijziging ten minste twee derden van de uitgebrachte stemmen vereist is, tenzij de statuten anders bepalen.
a. Bij twee van deze tien onderlingen was op grond van het in art. 2:317 lid 4 BW bepaalde een specifieke bepaling opgenomen over besluiten tot fusie. Deze onderlingen hebben in deze bepaling ervoor gekozen om voor het besluit twee derden van de uitgebrachte stemmen te vereisen.9
b. Bij de overige acht onderlingen wordt een besluit tot fusie op grond van het in art. 2:317 lid 3 BW bepaalde dus genomen op dezelfde wijze als een besluit tot wijziging van de statuten. Van die onderlingen hebben vier onderlingen overeenkomstig de wettelijke regeling van art. 2:43 lid 1 BW ervoor gekozen dat een besluit tot statutenwijziging met een meerderheid van twee derden van de uitgebrachte stemmen moet worden genomen.10 Bij één van deze acht onderlingen kan wijziging van de statuten, uitsluitend op voorstel van de directie met voorafgaande goedkeuring van de raad van commissarissen alleen door de algemene vergadering geschieden bij besluit, genomen met een meerderheid van drie vierden van de geldig uitgebrachte stemmen.11 Ook bij een andere onderlinge was een meerderheid van drie vierden van de geldig uitgebrachte stemmen vereist.12 Anderzijds kunnen bij twee van de acht onderlingen besluiten, waarbij het voorstel afkomstig is van de directie onder voorafgaande goedkeuring van de raad van commissarissen, door de algemene vergadering genomen worden met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen.13
Dit leidt tot de conclusie dat in het geval van een juridische fusie van zes van de tien door mij bestudeerde onderlinge waarborgmaatschappijen een besluit van de ledenvergadering genomen met twee derden van de uitgebrachte stemmen vereist is, dat bij twee onderlinge waarborgmaatschappijen drie vierden van de uitgebrachte stemmen noodzakelijk zijn, en bij twee van de onderlinge waarborgmaatschappijen een volstrekte meerderheid.14 De conclusie is derhalve dat de leden van een onderlinge waarborgmaatschappij een belangrijke rol spelen bij de juridische fusie van een onderlinge waarborgmaatschappij met een andere onderlinge waarborgmaatschappij.