Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen
Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/8.2.3.3:8.2.3.3 Kwalificerende beleggingsdeelneming
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/8.2.3.3
8.2.3.3 Kwalificerende beleggingsdeelneming
Documentgegevens:
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS396360:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vergelijk J.A.G. van der Geld/F.J. Elsweier/S.A. Stevens, Hoofdzaken vennootschapsbelasting, Fiscale studieseries nr. 31, Kluwer, 2016, 12e druk, paragraaf 7.5.3.3.
Daarnaast heeft de wetgever de term “laagbelaste beleggingsdeelneming” vervangen in de term “niet-kwalificerende beleggingsdeelneming”.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vanaf 1 januari 2007 geldt de eis dat geen sprake mag zijn van een laagbelaste beleggingsdeelneming. Dit houdt in dat er geen deelnemingsvrijstelling wordt verleend voor participaties in lichamen die zich te veel met beleggen bezighouden en daarenboven onvoldoende belast worden.1 De gedachte hierachter is te voorkomen dat voordelen uit - in laagbelaste landen ondergebracht - mobiel kapitaal via de deelnemingsvrijstelling belastingvrij genoten kunnen worden.2 De tot 1 januari 2007 (waarschijnlijk in strijd met EU-recht) geldende extra eisen (de niet-ter-beleggingseis en de onderworpenheidseis) die voor de buitenlandse deelneming golden, zijn komen te vervallen. Voortaan moest voor toepassing van de deelnemingsvrijstelling worden voldaan aan óf de bezittingentoets óf de (nieuwe) onderworpenheidstoets. Met name de bezittingentoets, waarbij aan de hand van een zogenoemde toerekeningsbalans de activa van de deelneming(en) en subdeelneming(en) moeten worden beoordeeld leidde tot veel praktische problemen. Derhalve is de regeling per 1 januari 2010 aangepast. De wetgever heeft een subjectieve oogmerktoets ingevoerd die er voor moet zorgen dat in veel gevallen al op basis van die oogmerktoets duidelijk is of de deelnemingsvrijstelling van toepassing is en dat aan de (ook enigszins aangepaste) bezittingen- en/of onderworpenheidstoets niet meer wordt toegekomen.3
8.2.3.3.1 Oogmerktoets8.2.3.3.2 Onderworpenheidstoets8.2.3.3.3 Bezittingentoets