Einde inhoudsopgave
De systematiek van de vermogensdelicten 2017/6.3.1
6.3.1 Het Duitse strafproces
mr. V.M.A. Sinnige, datum 02-01-2017
- Datum
02-01-2017
- Auteur
mr. V.M.A. Sinnige
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
§ 170 Abs. 2 StPO.
§ 170 Abs. 1 StPO.
Boksem 1996, p. 95-96.
Boksem, 1996, p. 99-100.
§ 200 Abs. 1 StPO.
§ 200 Abs. 2 StPO. Zie ook Boksem 1996, p. 96-97.
Kühne 2015, p. 377-378.
§ 199 Abs. 1 StPO.
§ 203 StPO.
Beulke 2016, p. 2.
§ 264 Abs. 1 StPO. Zie ook Boksem 1996, p. 101 en Beulke 2016, p. 349-350.
Boksem 1996, p. 102.
§ 264 Abs. 2 StPO.
§ 265 Abs. 1 StPO.
§ 266 StPO.
§ 261 StPO.
§ 260 Abs. 1 StPO.
§ 268 Abs. 1 StPO.
§ 268 Abs. 2 StPO.
§ 260 Abs. 4 und 5 StPO.
§ 267 StPO schrijft voor welke informatie precies in de motivering moet zijn terug te vinden. Zie ook Kühne 2015, p. 641-646 en Beulke 2016, p. 354-355.
Het Duitse strafproces bestaat (in eerste aanleg) uit drie onderdelen, te weten het vooronderzoek (Ermittlungsverfahren), de tussenprocedure (Zwischenverfahren) en het rechtsgeding (Hauptverfahren).
Het strafproces begint met het vooronderzoek, waarin vastgesteld wordt of er een redelijk vermoeden bestaat dat een verdachte een strafbaar feit heeft gepleegd. In deze fase van het proces ligt het onderzoek in handen van de officier van justitie (Staatsanwalt). Het vooronderzoek eindigt met een beslissing van de officier van justitie om de vervolging te beëindigen1 of voort te zetten (Erhebung der öffentlichen Klage). Als de vervolging wordt voortgezet, zal gewoonlijk de beschuldiging (Klage) door middel van een dagvaarding (Anklageschrift) bij de bevoegde rechter aanhangig worden gemaakt.2 De dagvaarding vormt de opmaat voor het Zwischenverfahren. Het belangrijkste rechtsgevolg van de dagvaarding is dat de grondslag van het onderzoek dat de rechter zal gaan verrichten, wordt vastgelegd (Prozeßgegenstand).3 Het Anklageschrift houdt in de eerste plaats een feitsomschrijving in. Deze feitsomschrijving bestaat uit een feitelijk en kwalificatief deel. Het feitelijk deel is het belangrijkst. Dit bepaalt wat de grondslag zal zijn voor het onderzoek, de beraadslaging en de uiteindelijke beslissing. In het kwalificatieve deel worden de bestanddelen van het delict (die gesetzlichen Merkmale der Straftat), eventueel aangevuld met deelnemingsvormen of met de vermelding dat het feit in het pogingstadium is blijven steken, weergegeven. Zelfs wanneer de delictsomschrijving verschillende varianten bevat, is het niet gebruikelijk dat de verschillende mogelijkheden als alternatieven worden tenlastegelegd. De officier van justitie geeft in de tenlastelegging zijn visie op het gebeurde. Aangezien er in Duitsland geen sprake is van een strikte gebondenheid van de rechter aan de tenlastelegging, kan het zo zijn dat de rechter daar uiteindelijk van afwijkt.4 Dit deel wordt afgesloten met een vermelding van de toepasselijke wetsartikelen.5 De rechter is wat betreft de dagvaarding slechts gebonden aan de feitsomschrijving, en dus niet aan bijvoorbeeld de daarin opgenomen strafbepalingen. Het Anklageschrift bevat vervolgens een opgave van de bewijsmiddelen en de weergave van de inhoud daarvan (wesentliche Ergebnis der Ermittlungen).6
Aan Kühne7 ontleen ik het volgende voorbeeld van een feitsomschrijving in een Anklageschrift (voor een voorbeeld van een volledig Anklageschrift wordt verwezen naar bijlage 1):
“(...) werden angeklagt,
am 24.1.2006 in Trier in sieben Fällen jeweils gemeinschaftlich handelnd, der Angeschuldigte Folhar als Jugendlicher mit Verantwortungsreife, falsches Geld sich in der Absicht, es als echt in den Verkehr zu bringen, verschafft und in den Verkehr gebracht zu haben, wobei es in zwei Fällen beim Versuch blieb, und wobei sich der Angeschuldigte Tapfer als ungeeignet zum Führen von Kraftfahrzeugen erwies,
indem sie
in sieben Fällen in bewusstem und gewolltem Zusammenwirken jeweils einen falschen € 100,- – Schein der Fälschungsklasse C 2, die sie von einem unbekannten Dritten erworben hatten, als Zahlungsmittel hingaben bzw die in zwei Fällen versuchten, und zwar:
in der Bäckerei Meier in der Hauptstr. 57 in Trier,
im Cafe Hinz in der Ringstr. In Trier, wobei die Fälschung jedoch von der Zeugin Hinz erkannt wurde und der Angeschuldigte Folhar den Geldschein wieder zurücknahm,
im Schnitzelhaus Foerster, wobei der Angeschuldigte Folhar ebenfalls das Falsifikat zurücknahm, als es vom Zeugen Foerster als solches erkannt wurde,
in Lebensmittelgeschäft Groß in der Bahnstr. 45d in Trier,
in der Bäckerei Fuchs in der Leipziger Str. 84 in Trier,
in Cafe Uhl in der Gaspudeitstr. 12 in Trier,
in der Bäckerei Niebes in der Herrenstr. 33c in Trier, wobei der Angeschuldigte Tapfer jeweils den Angeschuldigten Folhar mit seinem BMW 750i amtl. Kennzeichen TR-KO 815 zum Tatort verbrachte, wo der Angeschuldigte Folhar dann vereinbarungsgemäß das Falschgeld in Umlauf brachte.
– Verbrechen nach §§ 146 I Nr 2 u. 3, 22, 23, 25 II, 53, 69, 69a, 74 StGB, 1, 3 ff JGG”
Is de öffentliche Klage door het indienen van het Anklageschrift bij het gerecht aanhangig gemaakt, dan volgt het Zwischenverfahren. Het gerecht dat voor het latere Hauptverfahren verantwoordelijk zal zijn, onderzoekt in dit stadium van het geding of het Hauptverfahren geopend kan worden.8 Dat is het geval wanneer er in de ogen van het gerecht een redelijk vermoeden bestaat dat de verdachte het in het Anklageschrift tenlastegelegde feit heeft gepleegd.9 Als dat niet het geval is, wordt geen rechtsingang verleend. Als de vraag of er een redelijk vermoeden is bevestigend wordt beantwoord, verleent het gerecht rechtsingang (Eröffnungsbeschluss).10 In het Eröffnungsbeschluss wordt opgenomen voor welke feiten rechtsingang wordt verleend. In de regel zal het Eröffnungsbeschluss inhoudelijk met de tenlastelegging uit het Anklageschrift overeenkomen. De rechter kan echter de Anklage ook gedeeltelijk of enigszins gewijzigd toelaten. In de eerste plaats is het mogelijk dat de rechter het onderzoek ter terechtzitting niet voor alle feiten opent. In de tweede plaats kan hij de zaak beperken tot één onderdeel van een groter feitencomplex, of juist een extra onderdeel in het feitencomplex betrekken. In de derde plaats kan de rechter het feit anders kwalificeren dan de Staatsanwalt deed. Ten slotte is denkbaar dat de Staatsanwalt slechts de overtreding van één strafbepaling aannam, terwijl de rechter meerdere inbreuken ziet, of omgekeerd. In de eerste twee gevallen moet de Staatsanwalt een nieuwe dagvaarding uitreiken, omdat de feitelijke grondslag is veranderd. In de laatste twee gevallen verandert slechts de kwalificatie. Een nieuwe dagvaarding kan dan achterwege blijven.11 Nadat rechtsingang is verleend, begint het Hauptverfahren. Voor het onderzoek ter terechtzitting, de beraadslaging en de uitspraak vormen de feiten zoals door de rechter in het Eröffnungsbeschluss toegelaten de grondslag.12 Aan de beoordeling van de feiten in het Eröffnungsbeschluss is de rechter echter niet gebonden.13 Indien de rechter afwijkt, moet de verdachte wel in de gelegenheid worden gesteld zijn verdediging daarop af te stemmen.14 Ook kan de Staatsanwalt tijdens het Hauptverfahren nog een nieuw feit toevoegen (Nachtragsanklage) indien het gerecht bevoegd is van dat feit kennis te nemen en de verdachte er mee instemt.15 Over de uitkomst van het onderzoek beslist de rechter vervolgens naar zijn vrije, uit de essentie van de behandeling van de zaak geputte overtuiging.16 Het Urteil (de uitspraak) markeert het einde van het Hauptverfahren.17 De uitspraak wordt aan het eind van het onderzoek ter terechtzitting ‘Im Namen des Volkes’ gedaan.18 Daarbij wordt het hierna te noemen Tenor uitgesproken en worden de belangrijkste onderdelen van de motivering van het vonnis genoemd.19 De op schrift gestelde uitspraak bestaat uit verschillende onderdelen. De uitspraak begint met de Urteilseingang, ook wel Rubrum (Latijn voor rood) genoemd omdat het vroeger in het rood werd geschreven. In dit gedeelte van de uitspraak worden de zittingsdatum en de namen van de procesdeelnemers vermeld. Het tweede deel van de uitspraak wordt ook wel Tenor genoemd. Dit is het belangrijkste deel en bevat in beknopte vorm de uitspraak van het gerecht over de schuld of onschuld van de verdachte en – met het oog op de tenuitvoerlegging – de rechtsgevolgen daarvan. In dit deel van de uitspraak moeten onder meer de juridische kwalificatie van het strafbare feit en de toepasselijke wettelijke voorschriften worden vermeld.20 Het derde deel van de uitspraak bestaat uit de motivering (Urteilsgründe). In de motivering wordt uiteengezet of het in het Eröffnungsbeschluss aangewezen feit is bewezen en of dit een strafbaar feit oplevert.21 Voor een voorbeeld van een Urteil wordt verwezen naar Bijlage 2.