Einde inhoudsopgave
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/4.3.2.2
4.3.2.2 Het doel in Duitsland
mr. T.F.H. Reijnen, datum 01-09-2020
- Datum
01-09-2020
- Auteur
mr. T.F.H. Reijnen
- JCDI
JCDI:ADS232290:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Erfrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Hütteman/Rawert, Staudinger BGB 2010, Vorbemerkungen zu §§ 80 bis 88 Rn 7; Hof in v.Campenhausen/Richter 2014 § 7 Rn 65.
Hütteman/Rawert, Staudinger BGB 2010, Vorbemerkungen zu §§ 80 bis 88 Rn 8; Wolf M. Nietzer & Volker Stadie, ‘Die Familienstiftung & Co. KG - eine Alternative für die Nachfolgeregelung bei Familienunternehmen’ NJW 2000, 3457.
Uitgebreid over de Destinatäre: Karlheinz Muscheler, ‘Der Rechtsstellung der Stiftungsdestinatäre’, WM 2003 Heft 46, 2213.
Hof in v.Campenhausen/Richter 2014 § 7 Rn 61; Werner & Saenger 2008, Rn 181.
Jan Schiffer & Matthias Pruns, ‘Zum Lehrsatz vom Verbot der Selbstzweckstiftung, Teil 1: Grundlagen und kritische Überprüfung’, ZStV 1/2012. § 87 Abs. 2 BGB spreekt van ‘zustatten kommen’.
Hof in v.Campenhausen/Richter 2014 § 7 Rn 37 (in voetnoot 88).
Jan Schiffer & Matthias Pruns, ‘Zum Lehrsatz vom Verbot der Selbstzweckstiftung, Teil 1: Grundlagen und kritische Überprüfung’, ZStV 1/2012.
MüKoBGB 2013/Reuter Vorbemerkung Rn 59.
Schewe 2004, p. 109.
Jakob in v.Campenhausen/Richter 2014 § 44 Rn 76.
Mag in Nederland het doel van de stichting van groot belang zijn, in Duitsland is dit wellicht in nog sterkere mate het geval. Zoals gebleken is in 2.3.2.5 houdt dit verband met het vermogen en de instandhouding daarvan als centraal thema van de stichting in Duitsland.
In Duitsland bestaan geen wettelijke beperkingen ten aanzien van het doel van de stichting, zolang het doel maar niet in strijd is met het algemeen belang, het zogenaamde Prinzip der gemeinwohlkonformen Allzweckstiftung.1 In de literatuur worden twee beperkingen ten aanzien van het doel genoemd die voortvloeien uit genoemd principe, die echter geen van beide expliciet in de wet zijn opgenomen. Niet toegestaan zijn de Selbstzweckstiftung en de Stiftung für den Stifter, de stichting voor de oprichter.2 De exploitatie van het vermogen moet derden, Destinatäre, ten goede komen.3 De stichting mag daarom niet uitsluitend ten doel hebben het eigen vermogen te vergroten zoals het geval is bij de Selbstzweckstiftung.4 Dit wil niet zeggen dat de stichting verplicht begunstigden dient te hebben aan wie zij uitkeringen doet.5 Exploitatie van vermogen is wel toegestaan (Anstaltstfitung), zoals de exploitatie van ziekenhuizen, bejaardentehuizen, onderzoeksinstellingen en musea.6 Dat dient immers derden. Schiffer en Pruns wijzen erop dat het bezwaar tegen de Selbstzweckstiftung voortvloeit uit § 87 Abs. 2 BGB waarin is opgenomen dat als de statuten van de stichting worden gewijzigd, het vermogen van de stichting niet aan anderen ten goede mag komen dan door de oprichter voorziene Destinatäre. Dat impliceert dat dit ook bij de oprichting niet mag.7
Behalve als Selbstzweckstiftung mag de stichting ook niet uitsluitend bestaan ten behoeve van de oprichter (Stiftung für den Stifter). Een van de argumenten voor deze tweede beperking van het doel is, dat bij het toestaan van de Stiftung für den Stifter het te eenvoudig zou zijn vermogen buiten de verhaalsmogelijkheid van schuldeisers te brengen zonder daar zelf nadeel van te ondervinden.8 Een ander argument tegen de Stiftung für den Stifter is, dat de stichting bedoeld is voor onbepaalde tijd en niet van het leven van de oprichter afhankelijk is.9 Dit argument kan uiteraard niet gelden voor de bij dode opgerichte stichting. Maar er moet nog een ander argument tegen de Stiftung für den Stifter worden genoemd. Een Stiftung für den Stifter past niet in een stichtingenrecht dat gebaseerd is op de stichting als doelvermogen ten behoeve van het algemeen nut, zoals Duitsland.10
Het verbod op de Stiftung für den Stifter heeft deels dezelfde achtergrond als het Nederlandse uitkeringsverbod van de stichting uit artikel 2:85 lid 3 BW. Deze gemeenschappelijke achtergrond is het dupliceringsverbod. Zo bezien kent Duitsland dus net als Nederland ook een uitkeringsverbod. In verband met de overeenkomst met het zogenoemde ‘uitkeringsverbod’ in Nederland, zal ik op de Stiftung für den Stifter terugkomen in 5.3.